Bij het koninklijk priesterschap van het Koninkrijk der hemelen, waarvan Jezus Christus de Koning en Hogepriester is en de wedergeboren gelovigen koningen en priesters zijn, horen koninklijke priesterkleding. Wat zegt de Bijbel over deze koninklijke priesterkleding?.
Een koninkrijk van priesters
God had de kinderen van Israël (het huis van Jacob) verlost uit Egypte en op arendsvleugelen gedragen en tot Zichzelf genomen.
God beloofde, als de kinderen van Israël (dat prins betekent) naar de stem van de Heere hun God zouden luisteren en zij zich zouden houden aan Zijn verbond, dan zouden zij Zijn eigendom zijn uit alle volken, aangezien de hele aarde van God is.
Als zij naar de stem van God zouden luisteren en Zijn verbond zouden onderhouden dan zou Israël een koninkrijk van priesters (priesterlijk koninkrijk) zijn en een heilig volk (Exodus 19:4-6).
Dat was de voorwaarde, die aan de belofte was gekoppeld.
De verkiezing en aanstelling van het Levitische priesterschap
God koos de stam Levi uit voor het priesterschap en scheidde deze stam van de andere stammen van Israël.
God stelde een hogepriester aan en zijn zonen als priesters voor Zijn dienst.
De priesters stonden tussen God en de mensen in (als middelaar, voorbidder) en brachten verzoening voor de zonden en ongerechtigheden van Gods volk (dat geboren was uit het zaad van Jacob, maar door de zonde van de mens (Adam) in een gevallen staat onder het oordeel op aarde leefde).
De priesters waren apart gezet en behoorden God toe. Zij hadden geen erfdeel in het beloofde land, zoals de andere stammen van Israël.
De priesters waren Gods erfdeel en de Heere was het erfdeel van de priesters.
De Levitische priesters, de hele stam Levi, mogen geen aandeel of erfbezit hebben samen met Israël; de vuuroffers van de Heere en Zijn erfelijk bezit mogen zij eten. Daarom mag hij geen erfelijk bezit hebben te midden van zijn broeders; de Heere, Die is zijn erfelijk bezit, zoals Hij tot hem gesproken heeft (Deuteronomium 18:1-2).
Want de Levieten hebben geen deel in uw midden, maar het priesterschap van de Heere is hun erfelijk bezit (Jozua 18:7)
Wat zegt de Bijbel over de Heilige priesterkleding?
Bij het priesterambt en het uitvoeren van de dienst voor de Heere hoorden ook heilige priesterkleding, dat door God ontworpen was.
De priesterkleding heiligde de hogepriester (Aäron) en de priesters (zijn zonen) en was tot heerlijkheid en tot sieraad. Het was verplicht voor de priesters om deze speciale klederen te dragen.
De priesters mochten niet in hun eigen kleding komen en dienst doen voor de Heere, anders zouden zij sterven.
Gij zult heilige klederen maken voor uw broeder Aäron, tot een prachtig sieraad. Gij zult zeggen tot allen die kunstvaardig zijn, welke Ik met een geest van wijsheid vervuld heb, dat zij de klederen van Aäron maken, om hem te heiligen, om voor Mij het priesterambt te bekleden (Exodus 28:2-3)
De heilige kleding van de hogepriester
De heilige kleding van de hogepriester in de Bijbel verschilde van de heilige kleding van de priesters. De kleding van de hogepriester, die staat beschreven in Exodus 28:4 bestond uit:
- Een borstschild der beslissing (pantser van het gerechtelijk oordeel (breastplate of judgment)),
- Een efod
- Een opperkleed (bovenkleed)
- Een tulband
- Een gordel
Het borstschild der beslissing (gerechtelijk oordeel)
De hogepriester droeg een gouden borstschild der beslissing oftewel een borstschild van het gerechtelijk oordeel, dat ingezet was met 12 stenen (4 rijen van 3 stenen). De 12 stenen waren met goud omgeven en als een zegel gegraveerd met de namen van de kinderen van Israël. Elke steen vertegenwoordigde een stam van Israël.
Door het aantrekken en dragen van het borstschild der beslissing droeg de hogepriester de namen van de 12 zonen van Israël (12 stammen van Israël) op zijn hart, wanneer hij in het heiligdom kwam, tot een voortdurende gedachtenis voor het aangezicht van de Heere.
In het borstschild der beslissing werden de Urim (lichten) en de Tummim (volmaaktheid of waarheid) gelegd, zodat deze op het hart van Aäron was, wanneer hij voor het aangezicht des Heeren kwam.
Aäron zou de beslissing voor de Israëlieten oftewel het gericht of gerechtelijk oordeel (judgment) voor de Israëlieten voortdurend op zijn hart dragen, voor het aangezicht des Heeren.
De gehele omschrijving van het borstschild en hoe deze gemaakt was staat beschreven in Exodus 28:15-29.
De Efod
De Efod was gemaakt van goud, blauwpurper, roodpurper, scharlaken en getweernd fijn linnen: kunstig werk. De efod had twee verbonden schouderstukken, die aan beide einden verbonden waren.
De gordel aan de efod om die aan te binden was op dezelfde wijze vervaardigd, zodat zij één geheel vormden.
Op de twee chrysopraasstenen werden de namen van de zonen van Israël gegraveerd: 6 namen op elke steen overeenkomstig de volgorde van hun geboorte. De twee stenen werden als gedachtenis voor de Israëlieten op de schouderstukken van de efod gezet.
Aäron zou hun namen ter gedachtenis voor het aangezicht des Heeren op zijn beide schouderstukken dragen.
De gehele omschrijving van de Efod staat beschreven in Exodus 28:5-14.
Het opperkleed van de efod
Het opperkleed van de efod werd helemaal van blauwpurper gemaakt. De halsopening was in het midden met rondom een rand van weefsel als bij een pantser, zodat het niet scheurde.
Op de zomen waren granaatappels met daartussen gouden belletjes. Als Aäron dienst had moest hij deze dragen, zodat het geluid gehoord werd, wanneer hij het heiligdom voor het aangezicht des Heeren inging en naar buiten kwam, zodat hij niet zou sterven.
De gehele omschrijving van het opperkleed kun je lezen in Exodus 28:31-35.
De tulband van de hogepriester
De tulband van de hogepriester was gemaakt van fijn linnen. Op de tulband werd een gouden plaat aan een blauwpurperen snoer bevestigd, waarop gegraveerd was: Den Heere heilig.
Deze gouden plaat met het opschrift ‘Den Heere heilig’ (Heilig voor de Heere) was op het voorhoofd van Aäron.
Hij droeg daarmee de schuld, gelegen in de heilige dingen die de Israëlieten heiligen bij al de gaven van hun heilige dingen. Zij zou voortdurend op zijn voorhoofd wezen, zodat zij welgevallig zouden zijn vóór het aangezicht des Heeren.
De gehele omschrijving van de tulband kun je lezen in Exodus 28:36-38.
Het onderkleed van de hogepriester
Het onderkleed werd van fijn linnen met ingeweven patroon gewoven (Exodus 28:39).
De heilige kledingstukken van de priesters
Voor de zonen van Aäron, die aangesteld waren als priesters, werden onderklederen, gordels, en hoofddoeken gemaakt tot een prachtig sieraad.
Het doel van de linnen broeken van de priesters
Voor Aäron en zijn zonen werden ook linnen broeken gemaakt om hun schaamte te bedekken. Deze broeken reikten van de heupen tot aan de dijen.
De linnen broeken moesten zij dragen als zij naar de tent van de samenkomst kwamen of wanneer zij tot het altaar naderden om dienst te doen in het heiligdom, opdat zij geen ongerechtigheid op zich zouden laden en sterven (Exodus 28:40-43).
Dit was een altoosdurende inzetting voor Aäron en zijn nakomelingschap.
Aaron en zijn zonen werden met de priesterkleren bekleed en vervolgens gezalfd, gewijd en geheiligd, zodat zij voor de Heere het priesterambt konden bekleden (Exodus 28:40-41).
De wijding van Aäron de hogepriesters en zijn zonen de priesters
De wijding van Aäron en zijn zonen staat beschreven in Exodus 29 en begon met het wassen met water bij de ingang van de tent van de samenkomst.
Nadat Mozes hen had gewassen met water, nam Mozes de hogepriesterlijke kleding en bekleedde Aäron met het onderkleed, het bovenkleed van de efod, de efod, en het borstschild. Vervolgens bond Mozes de gordel van de efod om en zette de tulband op zijn hoofd en maakte de heilige diadeem aan de tulband vast.

Daarna pakte Mozes de zalfolie en goot de olie over zijn hoofd en zalfde hem.
Nadat Aaron gewassen, bekleed, en gezalfd was in het priesterambt, werden de gewassen zonen van Aaron bekleed door Mozes.
Mozes bekleedde de priesters met de onderklederen en omgordde hen met een gordel en bond hen de hoofddoeken om.
Bij de wijding werden de kledingstukken van de priesters besprenkeld met bloed en zalfolie.
De heilige klederen nu van Aäron zullen voor zijn zonen na hem zijn, om hen daarin te zalven en te wijden. Zeven dagen zal de priester, die uit zijn zonen in zijn plaats komen zal naar de tent der samenkomst, om in het heiligdom dienst te doen, ze aantrekken (Exodus 29:29-30)
Dit waren de heilige kledingstukken van de hogepriester en de priesters, waarmee zij bekleed waren om dienst te doen voor de Heere.
Dan volgen er allerlei rituelen, die bij hun wijding hoorden, waaronder het eten van het vlees van de ram ter inwijding, dat geslacht en geofferd was en waarmee verzoening gedaan was om hen tot priester te wijden en hen te heiligen.
Het Levitische priesterschap werd vervangen door een nieuw priesterschap
Het levitische priesterschap voor de Heere was voor eeuwig. Maar door de hoogmoed, ontrouw, afgoderij en afval van de priesters, die het priesterschap verontreinigd hadden door hun wandel en overspel, moest er een nieuw priesterschap komen met een nieuwe hogepriester en priesters (o.a. Ezechiël 22:26; 44:10-12; Sefanja 3:4; Maleachi 1:6-8; 2:8-9; Hebreeën 7).
Daarvoor zond God Zijn Zoon Jezus, Die de Hogepriester van het Nieuwe Verbond zou zijn naar de orde van Melchizedek.
De kleding van het Koninklijk priesterschap van Jezus Christus
Ook Jezus was bekleed met priesterkleding. Alleen was dit geen zichtbare kleding, zoals in het levitische priesterschap, maar geestelijke kleding, waarvan Zijn wandel getuigde.
En de Heere zag het, en het was kwalijk in Zijn ogen dat er geen recht was. Omdat Hij zag dat er niemand was, ontzette Hij Zich, want er was geen voorbidder. Daarom bracht Zijn arm Hem heil, en Zijn gerechtigheid, die ondersteunde Hem. Want Hij trok de gerechtigheid aan als een harnas en zette de helm van het heil op Zijn hoofd. Het gewaad van de wraak trok Hij aan als kleding en Hij hulde zich in de na-ijver als mantel (Jesaja 59:15-17)
Jezus trok de gerechtigheid aan als een pantser
Jezus was bekleed met Gods gerechtigheid, waardoor Hij rechtvaardig was. Vanuit Zijn rechtvaardige staat wandelde Hij rechtvaardig voor de Heere Zijn God.
Zijn rechtvaardige wandel in de waarheid getuigde van het pantser der gerechtigheid dat Jezus droeg.
Jezus deed niet Zijn eigen wil, maar de wil van Zijn Vader. Zijn wil was ondergeschikt aan de wil van de Geest, die in Hem woonde.
Het onzichtbare pantser der gerechtigheid uitte zich dus in Zijn leven in een volkomen toewijding en gehoorzaamheid aan God en Zijn woorden, het onderhouden van Zijn geboden, en het doen van Zijn werken.
De helm des heils was op Jezus Zijn hoofd
Jezus was niet geboren uit het corrupte zaad van de man en stond niet schuldig tegenover God. Hij behoorde niet tot de generatie van de gevallen mens (het ongelovige en verkeerde geslacht) en behoorde de wereld niet toe, maar Jezus was afgescheiden van de wereld.
Jezus was geboren uit het Zaad van God en behoorde God en Zijn Koninkrijk toe. Hij was geestelijk en leefde vanuit dit Koninkrijk.
God de Vader was het Hoofd van Zijn leven, waardoor Jezus leefde in onderwerping en gehoorzaamheid aan Zijn wil.
Jezus was heilig voor de Heere en wandelde heilig voor de Heere Zijn God, wat bewees dat de helm des heils op Zijn hoofd was.
Door Zijn leven in onderwerping en gehoorzaamheid aan God en Zijn wil te doen, bracht Jezus redding voor de mens en werd Hij de Redder (de Verlosser) voor de mensheid.
God richtte Zijn rechterhand op en zond Zijn Woord naar de aarde en genas (en geneest nog steeds) een ieder die gelooft in Hem
En nu zegt de Heere, Die Zich Mij vanaf de moederschoot tot Knecht heeft geformeerd om Jakob tot Hem terug te brengen – maar Israël zal zich niet laten verzamelen. Niettemin zal Ik verheerlijkt worden in de ogen van de Heere, en Mijn God zal Mijn kracht zijn. Hij zei: Het is te gering dat U voor Mij een Knecht zou zijn om op te richten de stammen van Jakob en om hen die van Israël gespaard werden, terug te brengen. Ik heb U ook gegeven tot een Licht voor de heldenvolken, om Mijn heil te zijn tot aan het einde der aarde
Jesaja 49:5-6
Jezus Zijn mond was gemaakt tot een scherp zwaard
De Geest des Heeren was op Jezus en de Vader had Zijn woorden in Zijn mond gelegd, waardoor Zijn mond tot een scherp zwaard was gemaakt, dat afrekende met het kwaad.
Jezus richtte door de waarheid van God te verkondigen en rekende af met het kwaad door de leugens en werken van de duivel te openbaren en vernietigen.
De Heere heeft Mij geroepen van de moederschoot af, van de baarmoeder af heeft Hij Mijn Naam genoemd. Hij heeft Mijn mond gemaakt als een scherp zwaard, in de schaduw van Zijn hand heeft Hij Mij verborgen. Hij heeft Mij gemaakt tot een puntige pijl, Hij heeft Mij in Zijn pijlkoker gestoken. Hij heeft tegen Mij gezegd: U bent Mijn Knecht, Israël, in Wie Ik Mij zal verheerlijken (Jesaja 49:2-3)
En naar Sion zal een Verlosser komen voor wie zich in Jakob van overtreding bekering, spreekt de Heere. Wat Mij betreft, dit is Mijn verbond met hen, zegt de Heere: Mijn Geest, Die op U is, en Mijn woorden die Ik U in de mond gelegd heb, zullen uit Uw mond niet wijken, ook niet uit de mond van Uw nakomelingen, evenmin uit de mond van de nakomelingen van uw nakomelingen, zegt de Heere, van nu aan tot in eeuwigheid (Jesaja 59:20-21)
De voeten van Jezus waren geschoeid met de bereidvaardigheid van het Koninkrijk Gods
Jezus ging uit in de Naam van Zijn Vader en overal waar Hij kwam verkondigde Hij de blijde boodschap: het evangelie van het Koninkrijk der hemelen oftewel het Koninkrijk van God, en riep Hij de mensen, die tot het huis Israëls behoorden (Gods uitgekozen volk), op tot bekering. (o.a. Jesaja 61:1-3; Markus 1:14-15; Lukas 4:14-19; Handelingen 10:38).
Het land Zebulon en land Naftali, gebied aan de weg naar de zee en over de Jordaan, Galilea van de volken, het volk dat in duisternis zat, heeft een groot licht gezien; en voor hen die zaten in het land en de schaduw van de dood, is een licht opgegaan. Van toen aan begon Jezus te prediken en te zeggen: Bekeer u, want het Koninkrijk der hemelen is nabijgekomen (Mattheüs 4:15-17)
En nadat Johannes overgeleverd was, ging Jezus naar Galilea en predikte het Evangelie van het Koninkrijk van God, en Hij zei: De tijd is vervuld en het Koninkrijk van God is nabijgekomen; bekeer u en geloof het Evangelie (Markus 1:14-15)
Jezus vertegenwoordigde, verkondigde, onderwees, openbaarde en manifesteerde het Koninkrijk van God op aarde.
Jezus was de belofte van de Vader en de hoop voor de natie Israël. En toch hebben velen niet geloofd in Hem en Jezus uit Nazareth niet beschouwd als hun hoop, maar wezen Hem af.
De Geest van de Heere is op Mij, omdat de Heere Mij gezalfd heeft om een blijde boodschap te brengen aan de zachtmoedigen. Hij heeft Mij gezonden om te verbinden de gebrokenen van hart, om voor de gevangenen vrijlating uit te roepen en voor wie gebonden zaten, opening van de gevangenis; om uit te roepen het jaar van het welbehagen van de Heere en de dag van de wraak van onze God; om alle treurenden van Sion te beschikken dat hun gegeven zal worden sieraad in plaats van as, vreugdeolie in plaats van rouw, een lofgewaad in plaats van een benauwde geest (kwijnende geest), opdat zij genoemd worden eiken van de gerechtigheid, een planting voor de Heere, om Hem te verheerlijken (Jesaja 61:1-3)
Jezus’ gewaad van fijn linnen
Jezus droeg Zijn priesterlijk linnen gewaad, zowel het bovenkleed als het onderkleed, dat voor de gerechtigheid van God staat, tot aan Zijn dood.
Zijn priesterlijke kleren werden onder de soldaten verdeeld en verloot.
Nadat zij Hem gekruisigd hadden, verdeelden zij Zijn kleren door het lot te werpen, opdat vervult zou worden wat gezegd is door de profeet: Ze hebben Mijn kleren onder elkaar verdeeld en om Mijn kleding hebben ze het lot geworpen (Mattheüs 27:35)
Nadat de soldaten dan Jezus gekruisigd hadden, namen zij Zijn kleren en maakten vier delen, voor elke soldaat een deel, en zij namen ook het onderkleed. Het onderkleed nu was zonder naad, van bovenaf als één geheel geweven. Zij dan zeiden tegen elkaar: Laten wij dat niet scheuren, maar laten wij erom loten voor wie het zal zijn. Opdat het Schriftwoord vervuld zou worden dat zegt: Zij hebben Mijn kleren onder elkaar verdeeld en over Mijn kleed hebben zij het lot geworpen. Dit hebben dan de soldaten gedaan (Johannes 19:23-24)
En zo werd de Hogepriester van de Allerhoogste bespot, gegeseld en gekruisigd. Zijn handen en voeten werden doorboord aan het kruis, waar Hij de zonden en ongerechtigheden van de mens, die de Vader op Zijn Zoon had gelegd, droeg in Zijn vlees.
Toen Jezus stierf kwam Hij in het dodenrijk, waar Hij drie dagen en nachten verbleef. Na drie dagen en nachten stond Jezus als Overwinnaar op uit de dood met de sleutels van de hel en de dood.
Jezus is de Koninklijke Hogepriester van het Nieuwe Verbond
Jezus de Koninklijke Hogepriester had de dood overwonnen en het geroofde gezag van Adam door de duivel rechtmatig teruggenomen en voerde de heilige en rechtvaardige krijgsgevangenen van de dood, met Zich mee, toen Hij naar de hemel voer en als Hogepriester met Zijn bloed van het Nieuwe Verbond plaatsnam als Middelaar (Voorbidder tussen de mens en God) en Koning aan de rechterhand van de Majesteit en vanaf dat moment regeerde, zoals God daarvoor regeerde als Koning.
De mensen, die in Jezus Christus de Zoon van God geloven en zich bekeren en identificeren met Zijn dood en opstanding en opnieuw in Hem geboren worden uit water en Geest, zijn geen zondaar meer en zullen daarom niet meer leven als zondaar in de duisternis.
Christenen zijn vergeven door het bloed van Jezus, dat hun zonden heeft verzoend. Zij zijn opgestaan uit de dood door de heerlijkheid van de Vader en zullen in nieuwheid des levens wandelen (Romeinen 6:4).
Zij zijn niet meer gezeten in de schaduw van de dood, maar zij zijn overgeplaatst vanuit de duisternis naar het Koninkrijk van de Zoon Zijner liefde.
Door het bloed van Jezus is hun ziel gereinigd. Door het bloed en het bad der wedergeboorte zijn zij gerechtvaardigd en geheiligd en hebben door hun rechtvaardige staat in Christus de Heilige Geest ontvangen.
Zij zijn gewassen in water en bekleed met Christus en besprenkeld met Zijn bloed.
Zij dragen de koninklijke priesterlijke kleding om samen met Christus te regeren als zonen van God (zowel mannen als vrouwen) als koningen en te leven als priesters met Jezus als Hogepriester in het koninklijk priesterschap van het Nieuwe Verbond.
De koninklijke priesterlijke kleding wordt Gods wapenrusting genoemd.
Wedergeboren Christenen zijn een koninklijk priesterschap
De wedergeboren Christenen hebben het verderf dat in de wereld is ontvlucht. Zij zijn door de wedergeboorte in Christus apart gezet van de wereld en behoren God toe.
Zij hebben deel gekregen aan de goddelijke natuur en zijn een koninklijk en heilig priesterschap, die in het Nieuwe Verbond leven met God, dat bezegeld is met het bloed van Jezus de Hogepriester.
De gelovigen zijn vrijgekocht door het bloed van Jezus en door de wedergeboorte bekleed met Christus.
Zij hebben hun kleren van gevangenschap verruild voor de koninklijke priesterlijke kleren, waarin zij hun Heere dienen en Zijn woorden gehoorzamen en Zijn geboden onderhouden en samen met hun Koning Jezus Christus strijden in de geestelijke oorlogvoering tussen het Licht en de duisternis.
Gij echter zijt een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilige natie, een volk (Gode) ten eigendom, om de grote daden te verkondigen van Hem, die u uit de duisternis geroepen heeft tot Zijn wonderbaar licht: u, eens niet Zijn volk, nu echter Gods volk, eens zonder ontferming, nu in Zijn ontferming aangenomen
1 Petrus 2:9-10
De koninklijke priesterlijke kleding is de wapenrusting van God
De koninklijke priesterlijke kleding van de Christenen is de wapenrusting Gods, die zowel koninklijk als priesterlijk is en waarin Jezus Christus wandelde.
De wapenrusting Gods verschilt niet veel van de priesterlijke kleding, die de priesters in het Oude Verbond droegen.
Natuurlijk zijn er enkele verschillen. Het pantser van het rechterlijk oordeel dat de hogepriester droeg is door het volmaakte verlossingswerk van Jezus Christus, die het rechterlijk oordeel van God op de gevallen mens in Zijn vlees heeft gedragen, verruild voor het pantser der gerechtigheid. Zij staan recht tegenover God (vrijgesproken van alle schuld, die op hen lag) en dienen Hem, net als Christus.
Aangaande het zwaard en het schild, deze waren niet aanwezig bij de priesterlijke kleding.
Dit betoont het mede-koningschap in Christus. Zoals de koningen vroeger ten strijde trokken met het zwaard en het schild, zo trekken nu ook de Christenen ten strijde met het zwaard en het schild in de geestelijke strijd.
Maar bovenal is er de verandering van geestelijke positie (gevallen staat naar herstelde (genezen) staat van de mens in Christus) en het strijdtoneel.
Christenen strijden niet meer met vlees en bloed, maar hebben te strijden tegen de verleidingen van de duivel en tegen de overheden, machten, wereldheersers van de duisternis van dit tijdperk, tegen de geestelijke machten van het kwaad in de hemelse gewesten (Efeziërs 6:10-12)
In deze geestelijke strijd kun je alleen standhouden tegen de verleidingen van de duivel, weerstand bieden in de boze dag en overwinnen met de geestelijke wapenrusting die van God afkomstig is oftewel de koninklijke priesterlijke kleding.
Christenen hebben hun lendenen omgord met de waarheid
Christenen hebben hun lendenen omgord met de waarheid. Zij hebben de Waarheid gevonden en door de doop met de Heilige Geest hebben zij de Heilige Geest van God, die de Geest der waarheid is, ontvangen.
Doordat de Geest der waarheid in hen woont, verblijven zij in de waarheid, spreken zij de waarheid, en wandelen zij in de waarheid van Gods Woord.
Lees meer over De lendenen omgorden met de waarheid.
Christenen zijn bekleed met het pantser van de gerechtigheid
Christenen dragen geen pantser van het gerechtelijk oordeel, zoals de hogepriester droeg in het Oude Verbond, wanneer hij dienst deed voor God. Maar Christenen zijn net als hun Verlosser en Heere Jezus Christus bekleed met het pantser van de gerechtigheid.
Zij zijn gerechtvaardigd door het bloed van Jezus en de wedergeboorte in Hem.
Zij zijn geboren uit God en zullen vanuit deze nieuwe rechtvaardige status van zonen van God (dit geldt voor zowel mannen als vrouwen) rechtvaardig wandelen in de waarheid en wil van God en door hun rechtvaardige werken de gerechtigheid dienen.
Lees meer over bekleed zijn met Het pantser der gerechtigheid
Christenen hebben hun voeten geschoeid met de bereidvaardigheid van het evangelie des vredes
Wedergeboren Christenen zijn getuigen van Jezus Christus en zijn altijd klaar en bereidvaardig om de goede boodschap van het evangelie van Jezus Christus en het Koninkrijk van God te verkondigen, waardoor zij het evangelie des vredes brengen tot de mensen.
Hoe lieflijk zijn de voeten van hen die vrede verkondigen, van hen die het goede verkondigen! (Romeinen 10:15)
Lees meer over De voeten geschoeid met de bereidvaardigheid van het evangelie des vredes
Christenen nemen het Schild van het geloof in hun hand
Christenen wandelen in het geloof in hun God en blijven staan in het geloof op Zijn Woord, waardoor zij met het schild van het geloof al de brandende pijlen die de boze (de duivel en demonen) op hen afvuurt, doven.
Welgelukzalig zijt gij, o Israël; wie is aan u gelijk? Een volk, verlost door de Heere, die het schild uwer hulp en het zwaard uwer hoogheid is. Daarom zullen uw vijanden veinzen u hulde te brengen, en gij zult op hun hoogten treden (Deuteronomium 33:29)
Gods weg is volmaakt, de woorden van de Heere zijn gelouterd, Hij is een schild voor allen die tot Hem de toevlucht nemen. Want wie is God, behalve de Heere? Wie is een rots dan alleen onze God? God is mijn vesting en kracht; Hij heeft mijn weg volkomen gebaand. Hij maakt mijn voeten als die van hinden en doet mij op mijn hoogten staan. Hij oefent mijn handen voor de strijd en leert mijn armen een bronzen boog spannen. Ook hebt U mij het schild van Uw heil gegeven, Uw vernederen heeft mij groot gemaakt. U hebt mijn voetstappen onder mij ruimte gegeven, mijn enkels hebben niet gewankeld (2 Samuël 22:31-37)
Lees meer over Het schild des geloofs
Christenen nemen de helm des heils aan
Wedergeboren Christenen zijn gered door het geloof en gekocht door God met het kostbare bloed van Jezus Christus en behoren Hem toe.
Christenen zijn Gods eigendom en zijn heilig voor de Heere. Daardoor zullen zij heilig wandelen voor de Heere in onderwerping aan hun Hoofd (Jezus Christus) en overeenkomstig Gods Woord leven, wat bewijst dat zij de helm des heils dragen.
Lees meer over De helm des heils
Christenen nemen het Zwaard van de Geest, dat is het Woord van God
De priesters in het Oude Verbond waren aangesteld om de wet van Mozes te onderhouden en de gerechtigheid en heiligheid van Gods volk te behouden. Om deze taak uit te voeren moesten zij bekend zijn met de woorden, geboden en wetten van God.
Zij behoorden te richten overeenkomstig het Woord van God: de woorden, geboden en wetten van God. Net als de koningen behoorden te regeren en oordelen overeenkomstig de woorden, geboden, en wetten van God.
Jezus onze Koning en Hogepriester had het tweesnijdend zwaard in Zijn mond, waarmee Hij de duivel en alle andere tegenstanders van God versloeg.
En ook in het Nieuwe Verbond behoren de koninklijke priesters bekend te zijn met het Woord van God en de woorden van God te gehoorzamen, spreken en uit te voeren.
De wet van Mozes is voorbij, maar de woorden en morele geboden van God gelden nog steeds en zijn zelfs door Jezus aangescherpt.
Door de Heilige Geest, Die in de nieuwe mens woont, staan deze morele wetten en geboden opgeschreven in het hart en heeft God Zijn woorden in de mond van de nieuwe schepping gelegd, waardoor hun mond als een tweesnijdend zwaard is.
Kennis van het Woord en verstand van het Woord door de Heilige Geest en de toepassing van het Woord is nodig om stand te houden en te overwinnen in de geestelijke strijd
Lees ook Het Zwaard van de Geest.
Christenen bidden aanhoudend
Een leven van gebed behoort het leven van iedere gelovige te zijn. Geen gebedsformules en methoden, maar een persoonlijke relatie met de Vader door Jezus Christus in de Geest
Het aardse heilige der heiligen was een afspiegeling van het hemelse heilige der heiligen, waar God is gezeten op de troon.
Alleen de hogepriester in zijn hogepriesterlijke kleding was bevoegd om na het opvolgen van de rituelen het heilige der heiligen binnen te gaan. Niemand anders had die bevoegdheid en dat voorrecht, totdat Jezus kwam.
Toen de Vader de zonde en ongerechtigheid (het oordeel) van de mens op Zijn Zoon lag en Jezus deze in Zijn vlees droeg en stierf aan het kruis, scheurde het voorhangsel van de tempel, dat scheiding maakte tussen het heilige en het heilige der heiligen, van boven tot beneden (o.a. Mattheüs 27:51; Markus 15:38; Lukas 23:45
Jezus Christus heeft het aardse met het hemelse vervangen en de weg naar de Vader in de hemel geopend voor al diegenen, die wedergeboren en verzoend zijn in Hem en door de Geest toegang hebben tot de Vader.
Afsluiting
De geestelijke wapenrusting komt van God af en zijn de heilige (geestelijke) kleren van het koninklijk priesterschap, waarmee elke wedergeboren Christen bekleed behoort te zijn en te strijden als soldaat van Christus in de geestelijke strijd.
‘Wees het zout der aarde’
Bron: Zondervan illustrated Bible dictionary, hav






