De toorn van God en van het Lam

De Bijbel onthult de toorn van God en van het Lam over alle goddeloosheid en ongerechtigheid van de mens. De Bijbel openbaart niet alleen de toorn van God, maar vertelt ons ook de oorsprong en reden van Gods toorn, de veroordeling die op de mens rust, en de weg om aan de toorn van God en van het Lam te ontsnappen.

De oorsprong van de toorn van God in de hemel

De toorn van God manifesteerde zich voor het eerst in de hemelse Hof van Eden in het leven van de gezalfde cherub Lucifer, toen hoogmoed zijn hart aangreep. 

De cherub Lucifer (morgenster), de zoon van de dageraad, was vol hoogmoed. Lucifer was vol van wijsheid en volmaakt van schoonheid.

bijbeltekst jesaja 42-12 hoe zijt gij uit de hemel gevallen gij morgenster zoon des dageraads hoe zijt gij ter aarde geveld overweldiger der volken

Maar in plaats dat hij zich onderwierp aan God en Zijn woorden gehoorzaamde en Hem diende en verheerlijkte, en volmaakt bleef in zijn wegen, wilde Lucifer opstijgen naar de hemel en zijn troon boven de sterren plaatsen en zich gelijkstellen aan de Allerhoogste.  

Lucifer had grote dromen en allerlei plannen, die voortkwamen uit zijn opgeblazen en ijdele denken.

Maar in plaats van het manifesteren van zijn gedachten en het realiseren van zijn dromen, wierp God hem uit de hemel op aarde, wachtend op het oordeel van de ultieme toorn van God op al het kwaad (de zonde en ongerechtigheid).

De engelen, die de cherub volgden, gehoorzaamden en verhoogden, werden ook uit hun positie gezet en uit de hemel op aarde geworpen. De cherub en de andere engelen waren niet meer gezalfd, maar werden gevallen engelen (demonen). 

Hier ontstak de toorn van God in de hemel, waar God afrekende met het kwaad: de ongerechtigheid van de gezalfde cherub Lucifer en de engelen, die hem volgden, en hen op aarde wierp (Jesaja 14:12-16; Ezechiël 28:11-19).

Maar wat er gebeurd was in de hemel, herhaalde zich op aarde. 

De oorsprong van de toorn van God op aarde

De oorsprong van de toorn van God op aarde begon in de Hof van Eden, waar God zijn zoon (de mens, Adam, die Hij had geformeerd en van wie Hij dus de Vader was) had geplaatst en Hem voorzag.

God gaf de mens heerschappij, verantwoordelijkheid en wetten (geboden) met een waarschuwing en de gevolgen als de mens de woorden van God niet zou gehoorzamen en het gebod niet zou bewaren en dus de wet van de Koning van het Koninkrijk der hemelen zou overtreden.

In het midden van de hof met al de bomen, stonden twee bomen: de boom des levens en de boom van kennis van goed en kwaad. De mens mocht van de boom des levens eten, maar niet van de boom der kennis van goed en kwaad, anders zou de mens sterven.

De slang verleidde de vrouw met zijn verleidelijke woorden die tot de dood leidden

Maar de gevallen cherub, die eens gezalfd was in de hemel maar door zijn ongerechtigheid op aarde was geworpen, voer in de slang en benaderde de vrouw, die God geformeerd had van de rib van de mens (Adam) en verzocht de vrouw met zijn misleidende woorden, die vol boze wijsheid waren en leidden tot de dood.

De vrouw geloofde de woorden van de slang en verlangde ernaar om te worden als God, kennende goed en kwaad, want anders had de vrouw niet van de vrucht van de boom gegeten, maar was zij tevreden geweest met haar leven met haar man in de hof en hun relatie met God, hun Vader.

En dus at de vrouw van de verboden vrucht en gaf de vrucht aan haar man. De man at ook van de vrucht, ondanks de waarschuwing en de wetenschap van de gevolgen van het eten van de vrucht van de boom der kennis van goed en kwaad.

De mens verwierp het gebod van God

In plaats dat de mens de woorden van God gehoorzaamde en Zijn gebod onderhield, werd de mens ongehoorzaam aan de woorden van zijn Vader en verwierp Zijn gebod en overtrad Zijn wet.

Door de ongehoorzaamheid van Gods zoon Adam en de overtreding van de wet, voer de dood in de mens en werd de mens vervloekt en viel en kwam onder het gezag te staan van de gevallen cherub (de duivel), die de toorn van God droeg.

Door de ongehoorzaamheid van de mens, kwam de toorn van God op de mens en zijn zaad (het gehele menselijk geslacht).

De mens was vervloekt en zou leven onder veroordeling, wachtende op het oordeel van God, als de toorn van God en van het Lam zich zal manifesteren door Gods gerechtigheid en gericht (oordeel), die het fundament zijn van Zijn troon (Psalm 89:14; 97:1-2).

Want het woord van de Heere is recht en al Zijn werk betrouwbaar. Hij heeft gerechtigheid en gericht lief, de aarde is vol van de goedertierenheid van de Heere (Psalm 33:4-5)

De zonde van de mens eiste een bloedoffer

Na de val van de mens, verzoende God de zonde van Adam en Eva door een onschuldig dier te slachten en kleren van huiden te maken en hen daarmee te bekleden.

God liet zien dat zij door hun zonde hun ziel hadden verontreinigd en dit eiste een offer van rein bloed.  De enige scheppingen van God, die rein bloed bezaten, waren dieren.

Daarom slachtte God een vlekkeloos dier voor de verzoening van Adam en Eva, die door hun ongehoorzaamheid aan God kennis hadden verworven van goed en kwaad door hun geweten (Genesis 3).

De mens had kennis van goed en kwaad

Alle mensen, die geboren zouden worden uit het corrupte zaad van de mens, zouden een geweten van goed en kwaad bezitten, dat van God afkomstig is.

Alhoewel de mens leefde in een gevallen staat met een zondige natuur onder heerschappij van de duivel en de dood, had de mens kennis van goed en kwaad en was zélf verantwoordelijk voor zijn werken en leven.

De mens kon ervoor kiezen om goed te doen, zoals Abel, die rechtvaardig was vanwege zijn werken. Of de mens kon ervoor kiezen om kwaad te doen, zoals Kaïn, die onrechtvaardig was door zijn werken en zijn broer doodde.

De natuur van de gevallen mens verkoos het kwade boven het goede

Je zou denken dat de mens van de geschiedenis en de fouten van zijn (voor)ouders had geleerd, maar dat was niet zo. 

De mens had kennis van goed en kwaad en kon ervoor kiezen om goed te doen en de wetten van God te gehoorzamen door zijn geweten. Maar de mens had de duisternis liever dan het licht en koos ervoor om het kwade te doen in plaats van het goede.

En dus brak de tijd aan dat de aarde corrupt en vol geweld was door de slechtheid van de mens. Alle mensen hadden hun wegen op aarde verontreinigd door hun boosheid, waarin zij wandelden.

Onder alle mensen was er slechts één man, die rechtvaardig was, en zijn naam was Noach.

De rechtvaardige Noah ontsnapte aan de toorn en het oordeel van God

Noach vond genade in de ogen van de Heere vanwege zijn rechtvaardige werken en maakte hem Zijn plan bekend omtrent de vernietiging van de mens en de aarde.

God gebood Noach om een ark te maken, waarmee Hij Noach en zijn familie en de uitgekozen dieren zou redden van de ondergang.

Noach ging geen discussie aan met God, maar Hij gehoorzaamde Zijn gebod en bouwde een ark zoals God hem geboden had.

bijbeltekst spreuken 10-16 werk van rechtvaardige is ten leven het inkomen van de goddeloze tot zonde

Op Gods tijd, gingen Noach, zijn vrouw, drie zonen en hun vrouwen en de uitgekozen dieren, de ark binnen en kwam Gods toorn (in de vorm van de zondvloed) over de aarde en rekende af met de boosheid van de mens en de corrupte aarde.

God spoelde al het kwaad (waar de mens bewust voor had gekozen om te doen) weg en reinigde de aarde.

Alleen Noach en zijn familie en de uitgekozen dieren werden door God gered van de vernietigende zondvloed, die op de aarde kwam door de boosheid van de mens (Genesis 6; 7; 8).

Na ongeveer 370 dagen sprak God tot Noach dat hij de ark kon verlaten. Noach gehoorzaamde de stem van de Heere en ging uit de ark samen met zijn familie en de dieren.

Meteen bouwde Noach een altaar voor de Heere en nam van al het vee en van al het reine gevogelte en bracht brandoffers op het altaar.

Toen de Heere de lieflijke reuk rook, zei de Heere bij Zichzelf, dat Hij de aardbodem niet weer zou vervloeken om de mens, omdat het voortbrengsel van de mensen hun hart van zijn jeugd aan boos is en Hij niet weer al wat leeft zou slaan, zoals Hij had gedaan. 

Gods zegen en verbond met Noach en zijn zaad en alle levende wezens

Toen zegende God Noach en zijn zonen en zei tot hen, dat zij vruchtbaar moesten zijn en talrijk moesten worden en de aarde vervullen. 

God sloot een verbond met Noach en zijn zaad en met alle levende wezens, die bij hem waren, dat zij niet meer door de wateren van de zondvloed uitgeroeid zouden worden en er geen zondvloed meer zou zijn om de aarde te verderven. 

Als teken van het verbond stelde God Zijn boog in de wolken tussen God en de aarde.

Wanneer God wolken over de aarde zou brengen en de boog in de wolken zou verschijnen, dan zou God Zijn verbond gedenken tussen Hem en al de levende wezens op aarde (Genesis 9:1-17)

God is goed en trouw en houdt Zich aan Zijn belofte. Hij gedenkt Zijn verbond met al het vlees op aarde en heeft dit eeuwenlang gedaan.

God heeft de aarde en al het vlees niet vernietigd met een zondvloed en Hij zal de aarde en al het vlees niet vernietigen met een zondvloed. Maar God zal wel, ter zijner tijd, rechtvaardig oordelen en afrekenen met het kwaad (de zonde en ongerechtigheid) van de mensen.

Gerechtigheid en oordeel (recht) is het fundament van Gods troon in de hemel

God is niet veranderd en zal niet veranderen. Gerechtigheid en oordeel (recht) is nog steeds het fundament van Zijn troon. De scepter van rechtmatigheid is de scepter van Zijn Koninkrijk. 

God houdt van gerechtigheid en haat ongerechtigheid en dat zal nooit veranderen (Hebreeën 1:1-12).

Wij behoren het Woord van God en al de waarschuwingen in de Bijbel serieus te nemen, in plaats van te luisteren naar een ijdel verdraaid evangelie met leringen van mensen, die leiden tot losbandige goddeloze levens vol afgoderij, (seksuele) onreinheid, boosheid, hoogmoed en zelfverheerlijking. 

Een valse geest (wereldgeest) en vleselijke boodschap (woorden van mensen), die geen geestelijke zonen van God verwekken, die God geloven en daarom Zijn Woord gehoorzamen en heilig en rechtvaardig wandelen voor de Heere in de wil van de Vader, maar vleselijke zonen van de duivel verwekken, die de wereld toebehoren en de woorden van de wereld geloven en hun eigen weg gaan en in zonde en ongerechtigheid wandelen in de wil van de duivel.

De Bijbel onthult niet alleen de almacht en majesteit van God, de Schepper van het universum, het begin van de schepping, het verleden, het heden en de toekomst, maar de Bijbel waarschuwt ook de mens en onthult de toorn van God, die uitgestort zal worden over de aarde op Gods tijd.

God spaarde niemand die kwaad deed 

God spaarde niet de gezalfde cherub en de engelen die zondigden, maar wierp hen in de hel, waar Hij hen overgaf aan de eeuwige (geestelijke) ketenen van de duisternis en hen bewaard voor de grote Dag van het Oordeel (2 Petrus 2:4; Judas)

Toen de boosheid en geweld van de mens groot was op aarde, spaarde God niet de oude wereld, maar bracht de zondvloed over de wereld van de goddelozen en vernietigde hen.

God redde alleen Noach en zijn familie (in totaal 8 personen) die in de ark waren.

Bijbeltekst hebreeën 3-12 zie erop toe broeders dat in niemand van u een verdorven hart zal zijn vol ongeloof om daardoor af te vallen van de levende God

Noach was een prediker van de gerechtigheid, maar niemand wilde naar hem luisteren, laat staan zijn woorden geloven en zich bekeren van hun boze werken (zonde).

God spaarde ook Sodom en Gomorra niet, maar verbrandde de steden tot as en veroordeelde de goddelozen tot vernietiging, wat voor ons nog steeds tot een voorbeeld is gesteld.

De enigen, die God redde van de ondergang, waren de rechtvaardige Lot, zijn vrouw en 2 dochters. Lot had zwaar te lijden onder de losbandige levenswandel van de normloze mensen (zedelozen).

Lot woonde onder de boze zondaren en zijn rechtvaardige ziel werd dagelijks gekweld door het zien en horen van hun werken, die tegen alle wetten van God ingingen (2 Petrus 2:6-9).

Ook spaarde God niet de ongelovigen en rebellen van Zijn volk, nadat Hij Zijn volk (het zaad van Jakob: Israël) uit Egypte had verlost.

Een hele generatie (behalve Jozua en Kaleb) stierf in de woestijn en ging het beloofde land niet in vanwege hun ongeloof (Hebreeën 3:18-4:11).

De mensen van het huis Israëls leefden vanuit hun gevallen staat met hun zondige natuur in duisternis, maar God spaarde hen niet.

Er is géén excuus om het kwade te doen

God accepteerde niet hun gevallen staat, zondige natuur of de gebroken wereld, waarin zij leefden, als excuus om hen vrij te pleiten en onder de toorn en het oordeel van God uit te komen. Waarom niet? Omdat het geweten in de mens getuigt van de waarheid: de kennis van goed en kwaad. 

God gaf Zijn wet, God zond Zijn woord door de profeten, God zond Zijn Zoon (het levende Woord), en als laatste zond God Zijn Heilige Geest.

Maar desondanks blijven de mensen onveranderd en hebben nog steeds de duisternis liever dan het licht. Daarom gehoorzamen zij de duivel en de lusten en begeerten van hun vlees en dienen de zonde, in plaats dat zij zich onderwerpen aan God en Jezus Christus gehoorzamen en de gerechtigheid dienen.

Maar alhoewel God geen zondvloed meer over de aarde zal brengen om alles wat leeft te verdelgen en God geen zwavel en vuur uit de hemel zal doen komen om af te rekenen met de goddelozen, en de aarde niet zal doen splijten om de mensen op te slokken, zal de hoogmoed, de aardse wijsheid van de mens, die duivels is, en de slechtheid en het geweld van de mens hun eigen vernietiging teweegbrengen.

De mens zal vergaan in zijn eigen corruptie, omdat de mens niet geloofd heeft in de God van het universum, de God van de gerechtigheid en de waarheid, maar heeft verworpen.

De dagen van Noach en van Lot

Wij leven in de dagen van Noach en van Lot, waarin de boosheid en goddeloosheid op aarde zeer groot is en tot aan de hemel reikt. Zelfs kerken zijn verontreinigd met de losbandigheid en boosheid van de wereld en voor God is het genoeg. 

De toorn van God is op de aarde uitgestort, vanwege de boosheid en het geweld van de mensen, die in zonde leven. Wat er vandaag de dag gebeurt, zal alleen maar erger worden. 

De ware gelovigen mogen weten dat God met hen is en de rechtvaardigen zal redden en belonen met de kroon des levens, maar God zal afrekenen met het kwaad van de goddelozen en de onrechtvaardigen bewaren voor de Dag van het Oordeel om gestraft te worden. 

Want ik schaam mij het evangelie niet; want het is een kracht Gods tot behoud voor een ieder die gelooft, eerst voor de Jood, maar ook voor de Griek Want gerechtigheid Gods wordt daarin geopenbaard uit geloof tot geloof, gelijk geschreven staat: De rechtvaardige zal uit geloof leven. Want toorn van God openbaart zich van de hemel over alle goddeloosheid en ongerechtigheid van mensen, die de waarheid in ongerechtigheid ten onder houden, daarom dat hetgeen van God gekend kan worden in hen openbaar is, want God heeft het hun geopenbaard (Romeinen 1:18-19)

God heeft Zijn wil en standpunt omtrent het kwaad door Zijn Woord bekendgemaakt

God is duidelijk en heeft in het Oude Verbond Zijn oordeel over de goddelozen, die in ongehoorzaamheid aan Zijn woorden als vijanden van Hem in zonde leven, uitgesproken. Het oordeel van God en de straf op de goddelozen staan vast.

De wet en de profeten hebben dit bevestigd en hebben getuigd van Gods gerechtigheid, grootheid en heiligheid.

bijbeltekst johannes 17-14 ik heb hun uw woord gegeven en de wereld heeft hen gehaat omdat zij niet uit de wereld zijn gelijk ik niet uit de wereld ben

Zij hebben Gods wegen bekendgemaakt en de toekomst van zowel de rechtvaardigen als de goddelozen (onrechtvaardigen) geopenbaard. 

Ook Gods Zoon, Jezus Christus, heeft de waarheid verkondigd en Gods gerechtigheid en heiligheid en de eindbestemming van de gelovigen en de goddelozen door Zijn woorden en gelijkenissen bekendgemaakt. 

En de Heilige Geest, die in de wedergeboren gelovigen woont, spreekt nog steeds de waarheid van God en overtuigt de mens nog steeds van zonde, van gerechtigheid, en van het oordeel.

Ik zeg u de waarheid: Het is beter voor u, dat Ik heenga. Want indien Ik niet heenga, kan de Trooster niet tot u komen, maar indien Ik heenga, zal Ik Hem tot u zenden. En als Hij komt, zal Hij de wereld overtuigen van zonde en van gerechtigheid en van oordeel; van zonde, omdat zij in Mij niet geloven; van gerechtigheid, omdat Ik heenga tot de Vader en gij Mij niet langer ziet; van oordeel, omdat de overste dezer wereld geoordeeld is (Johannes 16:7-11)

De grote dag van de toorn van het Lam

En de koningen der aarde en de groten en de oversten over duizend en de rijken en de machtigen en iedere slaaf en vrije verborgen zich in de holen en de rotsen der bergen; en zij zeiden tot de bergen en tot de rotsen: Valt op ons en verbergt ons voor het aangezicht van Hem, die gezeten is op de troon, en voor de toorn van het Lam; want de grote dag van hun toorn is gekomen en wie kan bestaan? (Openbaring 6:15-17)

De grote dag van de toorn van God en de toorn van het Lam en de openbaring van het rechtvaardig oordeel van God, Die een ieder zal vergelden naar zijn werken, is nabij.

Op die dag zullen de rechtvaardigen, die geloven en de waarheid hebben gehoorzaamd en volhardend zijn geweest in het goeddoen, en heerlijkheid, eer en onvergankelijkheid hebben gezocht, het eeuwige leven ontvangen. 

Maar de onrechtvaardigen, die zichzelf hebben gezocht en die ongehoorzaam zijn geweest aan de waarheid en de ongerechtigheid hebben gehoorzaamd, voor diegenen wacht toorn en gramschap. 

Want verdrukking en benauwdheid zal komen over ieder levend mens, die het kwade bewerkt, eerst de Jood en ook de Griek. En heerlijkheid, eer en vrede zal komen over ieder, die het goede werkt, eerst de Jood en ook de Griek. Want er is geen aanzien des persoons bij God (Romeinen 2:5-11).

Niemand kan ontsnappen aan de toorn en het oordeel van God, als hij weet wat goed is om te doen (door het geweten) en bekend is met de rechtseis van God, maar er bewust voor kiest om kwaad te doen en te leven overeenkomstig de lusten van zijn eigen hart, en gruwelen bedrijft en dingen doet, die de dood verdienen, en zich daarin verlustigen (Romeinen 1:18-32)

De Vader heeft de Zoon lief en heeft Hem alles in handen gegeven. Wie in de Zoon gelooft, heeft eeuwig leven; doch wie aan de Zoon ongehoorzaam is, zal het leven niet zien, maar de toorn Gods blijft op hem

Johannes 3:35-36

‘Wees het zout der aarde’

You Might Also Like

    error: Op elk artikel zit een copyright, waardoor het verboden is om de artikelen te downloaden, kopiëren, printen, distribueren en/of te publiceren