Pas op dat niemand jou misleidt, waren de eerste woorden, die Jezus sprak toen Zijn discipelen Hem vroegen naar Zijn komst en het einde van de wereld. Deze krachtige woorden van onze Heere Jezus Christus waren zowel een waarschuwing als een gebod voor alle gelovigen. En alhoewel de discipelen destijds deze waarschuwende woorden van Jezus herhaalden is het nog steeds van groot belang dat de huidige discipelen van Jezus deze woorden blijven herhalen en de gelovigen waarschuwen. Wij leven in een gevaarlijke tijd, waarin veel Christenen misleid worden zonder dat zij het doorhebben. Wat zegt de Bijbel over de misleiding in de kerk, hoe blijf je waakzaam en zorg je ervoor dat niemand jou misleidt?
Waarom moet je oppassen dat niemand jou misleidt?
De woorden van Jezus, dat je moet oppassen dat niemand jou misleidt, echoden in de harten en het denken van de gelovigen in wie Christus door de Heilige Geest woonde en die hun Heere volgden, en weerklonken door hun mond.
En nog steeds echoën deze woorden in de harten en gedachten van de wedergeboren gelovigen en weerklinken door hun mond.
Dezelfde Heilige Geest, die door Jezus Christus en Zijn discipelen sprak, spreekt nog steeds en waarschuwt de gelovigen om waakzaam te zijn, dat niemand hen misleidt en van het geloof afbrengt.
Jezus antwoordde en zei tegen hen: Pas op dat niemand u misleidt. Want velen zullen komen onder Mijn Naam en zeggen: Ik ben de Christus; en zij zullen velen misleiden (Mattheüs 24:4-5 hsv)
Helaas heeft de duivel velen misleid, door hen te doen geloven, dat je de werken van anderen niet mag bekritiseren en niet negatief en kwaad mag spreken, maar moet zwijgen in de kerk.
Maar als je niet kwaad en negatief mag spreken en de werken niet mag bekritiseren, dan moet je de Bijbel weggooien, aangezien Gods Woord de weg en de werken van de goddelozen veroordeelt en de woorden van God en de profetieën over de levens van mensen (inclusief de gelovigen) en over de eindtijd niet altijd positief en fijn waren (en zijn) om te horen. Echter zijn de woorden van God wél de waarheid en is Zijn woord altijd uitgekomen en komt nog steeds uit.
Sprak Jezus altijd positieve en vriendelijke woorden?
Als wij kijken naar het leven van Jezus, dan waren Zijn woorden ook niet altijd positief, vriendelijk en fijn om te horen, maar hard en confronterend, en gaven vaak een negatief vooruitzicht aangaande de toekomst en de eindtijd op aarde.
Ook de mensen bleven niet buiten schot. Zo noemde Jezus Herodes een vos (Lukas 13:32), de Griekse vrouw een hond (Mattheüs 15:26; Markus 7:27) en de (geestelijke) leiders van het huis Israël huichelaars, witgepleisterde graven, die vanbuiten wel mooi leken maar vanbinnen vol doodsbeenderen en allerlei onreinheid waren, slangen, adderengebroed en zonen van de duivel, aangezien zij dezelfde natuur als hun vader hadden en daardoor dezelfde werken deden.
De (geestelijke) leiders zagen er van de buitenkant mooi uit en deden zich vroom voor als dienaren van God en de gerechtigheid, die de schapen van het huis Israëls behoorden te leiden, voeden en hoeden, terwijl zij in werkelijkheid blinde wegwijzers waren, die van binnen vol huichelarij, roofzucht, boosaardigheid en wetteloosheid waren en niet God maar zichzelf dienden en de schapen bedrogen, zware lasten oplegden en leidden naar de afgrond.
Zij verloochenden God en maakten Zijn woorden en geboden krachteloos door hun tradities en trokken de aandacht naar zichzelf. Zij waren enkel gericht op hun naam, staat, roem, macht en geld (o.a. Mattheüs 6:5; 15:3-11; 23:1- 36 Lukas 11:37-54).
Jezus hield niet Zijn mond en zweeg niet, maar Hij waarschuwde de mensen voor hen.
“Ga weg achter mij satan!”
Ga weg achter mij satan (tegenstander van God), zei Jezus tegen Petrus, toen Petrus een aanstoot voor Jezus was en niet bedacht was op de dingen van God, maar op de dingen van mensen (Mattheüs 16:23).
Al deze dingen en nog veel meer, zei Jezus, onze Koning en de Heere van ons leven, die woorden van Geest en leven spreekt.
De discipelen en apostelen van Jezus, in wie dezelfde Heilige Geest woonde, volgden hun Verlosser en Heere.
Zij liepen in Zijn voetsporen en spraken dezelfde woorden als hun Meester.
Ook zij benoemden de personen en de boze werken, die door de gelovigen in de gemeente werden verricht en noemden de goddelozen vervloekt, wat zij ook zijn. (o.a. Handelingen 13:4-12; 23:3; 1 Korintiërs 5; 6:9-11; Galaten 1:8; 5:19-21; 2 Timotheüs 4:10-14; 2 Petrus 2; 1 Johannes 4:1-3; 3 Johannes 1:9; Judas 1).
Zij hielden niet hun mond zoals in deze tijd veel kerkleiders en gelovigen doen.
Zij spraken en wandelden net als Jezus en confronteerden de sluwe vossen en de boze wolven in schaapskleding die de gemeente waren binnengeslopen en brachten hun valse leer en boze werken aan het licht door er openlijk over te spreken en te schrijven
Niets werd in stilte in het duister verborgen gehouden, maar alles werd door de stem van de ware getuigen aan het licht in de openbaarheid gebracht om de gemeente heilig en wakende te houden en het geloof van de heiligen zuiver te houden.
Paulus waarschuwde de oudsten en gebood hen om waakzaam te zijn en acht te houden op henzelf en de kudde
Zo waarschuwde Paulus de oudsten van de gemeente in Efeze en gebood hen om waakzaam te zijn en acht te houden op henzelf en de gehele kudde, waarover de Heilige Geest hen tot opzieners had gesteld, om de gemeente Gods te weiden, die Hij met Zijn eigen bloed heeft gekocht.
Paulus waarschuwde de oudsten voor de roofgierige wolven (valse leraars), die na zijn vertrek zouden binnenkomen. Deze roofgierige wolven hadden niet het beste met de kudde voor en waren er niet op uit om de kudde te sparen.
Zelfs vanuit de oudsten zouden mannen opstaan, die verkeerde (corrupte) dingen zouden spreken om de discipelen van Jezus achter zich aan te trekken.
Paulus waarschuwde de oudsten voor deze valse leraars, die de gelovigen zouden misleiden met hun ijdele woorden en riep de oudsten op om te waken.
Paulus herinnerde de oudsten eraan, dat hij drie jaren lang, nacht en dag, niet opgehouden was om ieder afzonderlijk onder tranen terecht te wijzen. Want de verkondiging van het evangelie van de genade Gods en de prediking van het Koninkrijk gaan samen met terechtwijzing om zo de gemeente rein te houden en heilig te doen wandelen in de gerechtigheid (Handelingen 20:17-38).
In de brieven van Paulus, waarschuwde, corrigeerde en vermaande hij continue de gelovigen en benoemde de (verborgen) zonde en onregelmatigheden in de gemeente en confronteerde hen daarmee en riep de gemeente op tot bekering en een heilig leven, wat de wil van God is.
Petrus waarschuwde de heiligen om op te passen dat zij door niemand misleid zouden worden
Ook Petrus waarschuwde de heiligen, dat zij niet misleid zouden worden door de valse leraars. Want zoals er voorheen valse profeten onder de mensen waren, zo zouden er ook valse leraars onder hen zijn.
Deze valse leraars zouden hun eigen interpretatie aan het woord geven en op een subtiele manier naast de zuivere leer, die als een soort dekmantel fungeert, verderfelijke ketterijen binnenhalen en zelfs de Heere, die hen heeft gekocht, verloochenen, waardoor zij een snel verderf over zich zouden brengen.
Petrus zei, dat niet enkele, maar velen hun goddeloze wandel oftewel hun losbandigheden zouden navolgen, zodat door hun schuld er kwaad gesproken zou worden over de weg van de waarheid.
Deze valse leraars werden door hebzucht geleid en met verzonnen redeneringen behandelden zij de heiligen als koopwaar.
Maar schreef Petrus, het oordeel houdt zich reeds lang met hen bezig en hun verderf sluimert niet, want zij zullen het loon van hun onrecht ontvangen.
Want als God de engelen, die zondigden, en de goddeloze oude wereld niet spaarde, en de goddeloze steden Sodom en Gomorrah omkeerde en tot as verbrandde en als voorbeeld stelde voor hen die goddeloos leven, zo zal God de goddelozen straffen op de Dag van het Oordeel.
God verlost de godvruchtigen maar bestraft de goddelozen
God verlost de godvruchtigen (mensen, die God vreze en liefhebben en daardoor Zijn woorden gehoorzamen en Zijn geboden onderhouden en in Zijn wegen wandelen) uit de verzoeking en Hij bewaart de goddelozen voor de Dag van het Oordeel om gestraft te worden.
Vooral de mensen, die begerig naar onreinheid het vlees (de verdorven natuur) volgen en (hemelse) heerschappij (gezag) verachten.
Mensen, die roekeloos zijn, eigenzinnig (vol van zelfbehagen) en er niet voor terugschrikken om al wat eer toekomt te lasteren. Terwijl de engelen, die in sterkte en kracht hun meerdere zijn, geen aanklacht wegens lasterlijk oordeel tegen hen indienen bij de Heere.
Maar deze mensen lasteren wat zij niet kennen, als redeloze wezens, van nature voortgebracht om gevangen en verdelgd te worden. Zij zullen in hun verdorvenheid ten verdere gaan. En zij, die een zwelgpartij overdag als een genot beschouwen, zullen het loon van de ongerechtigheid ontvangen.
Schandvlekken en smetten zijn het, die zwelgen in hun bedriegerijen als zij met de gelovigen de maaltijd gebruiken.
Valse leraars hebben ogen, die uitzien naar een overspeelster en nooit ophouden met zondigen
Deze valse leraars hebben ogen, die altijd uitzien naar een overspeelster en nooit ophouden met zondigen.
Zij verlokken onstandvastige zielen en hebben hun hart geoefend in hebzucht; kinderen van de vervloeking zijn zij.
Zij hebben de rechte weg verlaten en zijn verdwaald en volgen de weg van Bileam, de zoon van Beor, die het loon der ongerechtigheid liefhad, maar een terechtwijzing kreeg voor zijn ongerechtigheid, want het stomme lastdier, dat met mensenstem sprak, heeft de dwaasheid van de profeet verhinderd.
Deze valse leraars zijn bronnen zonder water, wolken die door een wervelwind voortgedreven worden, voor wie de diepste duisternis tot in eeuwigheid bewaard wordt.
Want door zeer hoogdravende woorden vol onzin te spreken, verlokken zij met de begeerten van het vlees en met losbandigheden, de mensen, die daadwerkelijk ontvlucht waren aan hen die in dwaling verkeren.
De valse leraars spiegelen vrijheid voor maar zijn zelf slaven van het verderf
Deze valse leraars beloven de gelovigen vrijheid, terwijl zij zelf slaven van de verdorvenheid zijn oftewel slaven van de zonde zijn en in de macht van de duivel leven. Want door wie iemand overwonnen is, van hem is hij ook een slaaf geworden.
Want indien zij aan de besmettingen (bezoedelingen) van de wereld ontvlucht zijn door de kennis van de Heere en Heiland Jezus Christus, maar daarin opnieuw verwikkeld raken en daardoor overwonnen worden, dan is voor hen het laatste erger geworden dan het eerste.
Het zou immers beter voor hen geweest zijn, dat zij de weg van de gerechtigheid niet gekend hadden, dan dat zij, nadat zij die hebben leren kennen, zich weer afkeren van het heilige gebod dat hun overgeleverd was.
Maar hun is overkomen wat een waar spreekwoord zegt: De hond is teruggekeerd naar zijn uitbraaksel en de gewassen zeug naar het rondwentelen in de modder (2 Petrus 2).
De woorden van valse leraars leiden de mensen tot afvalligheid en een goddeloos en losbandig leven
Dit alles schreef Petrus over de valse leraars, die op een subtiele manier de woorden van God zouden verdraaien en valse leringen de kerk zouden binnenbrengen, die de gelovigen zouden doen wandelen op de brede weg van de ongerechtigheid en losbandigheid, die leidt tot de eeuwige dood, in plaats van de smalle weg van de gerechtigheid, die leidt tot het eeuwige leven
Ook Judas schreef over de valse leraars en gebruikte dezelfde woorden als Petrus. Alleen waarschuwde Judas de gemeente niet voor de valse leraars, die binnen zouden komen, maar voor de valse leraars die binnen waren gekomen en met hun valse leer het geloof hadden aangetast.
Judas vermaande de heiligen aangezien er valse leraars waren binnengeslopen
Judas vermaande de heiligen en spoorden hen aan om te strijden voor het geloof, aangezien er valse leraars waren binnengeslopen, die het geloof zoals oorspronkelijk door de heiligen was overgeleverd, hadden aangetast.
Deze valse leraars, die al lang tevoren tot dit oordeel waren opgeschreven, waren goddelozen, die de genade van God veranderden in losbandigheid (ontuchtigheid) en de enige Heerser, God, en de Heere Jezus Christus verloochenden.

Judas herinnerde de heiligen eraan, dat God de ongelovigen van Zijn volk, nadat zij waren verlost uit Egypt, verdelgd had en het beloofde land niet waren binnengegaan.
Ook de engelen, die niet trouw bleven aan hun oorsprong, maar hun eigen woning verlieten heeft God tot het oordeel van de grote dag met eeuwige banden onder de duisternis bewaard.
Evenzo Sodom en Gomorra en de steden rondom, die hoererij bedreven en ander vlees achterna gingen en de straf van het eeuwige vuur dragen.
Dit alles is ons tot voorbeeld gesteld en dient als waarschuwing, dat een ieder die goddeloos leeft (zonder God in ongehoorzaamheid aan Zijn woord in zonde leeft) niet gered, maar verloren is.
Judas ging verder en schreef dat deze valse leraars oftewel deze dromenzieners hun vlees (lichaam) verontreinigden en de heerschappij (het gezag) verwierpen en de heerlijkheden lasterden. Terwijl Michaël, de aartsengel, geen lasterlijk oordeel tegen de duivel durfde uit te brengen toen hij met hem redetwistte en een woordenwisseling had over het lichaam van Mozes, maar zei: De Heere bestraffe u!
Maar deze valse leraars lasterden alles, waarvan zij geen kennis hadden. En met de dingen die zij, net als de redeloze dieren, van nature wel begrepen, richtten zij zichzelf te gronde.
Zij waren de weg van Kaïn ingeslagen en door de verleiding van het loon van Bileam heengestapt
Zij waren de weg van Kaïn ingeslagen en door de verleiding van het loon van Bileam heengestapt en door het tegenspreken van Korach vergaan.
Deze mensen waren schandvlekken bij hun liefdemaaltijden. Als zij met de heiligen maaltijd hadden weidden zij zichzelf zonder vreze.
Zij waren waterloze wolken, die door de winden voorbijgeraasd werden. Bomen, die in de late herfst geen vrucht gaven; zij waren tweemaal gestorven en ontworteld. Wilde baren der zee, die hun eigen schande opschoven. Dwaalsterren voor wie de donkerste duisternis voor eeuwig was weggelegd.
Wat had Henoch geprofeteerd?
Ook Henoch had over hen geprofeteerd, zeggende: Zie, de Heere is gekomen met Zijn heilige tienduizenden, om over allen de vierschaar te spannen en alle goddelozen te straffen voor al hun goddeloze werken, die zij goddeloos bedreven hebben, en voor al de harde taal, die de goddeloze zondaars tegen Hem gesproken hebben.
Dit zijn de morrende, mokkend om hun lot, wandelende naar hun begeerten, maar hun mond spreekt hoogdravend, als zij om des voordelen wil (de mensen) in hun gezicht vleien.
Judas spoorde de geliefden aan om zich de woorden, die vóór deze dwaalleraars door de apostelen van de Heere Jezus Christus werden gesproken, te herinneren, namelijk, dat er aan het einde des tijds spotters zouden komen, die naar hun eigen goddeloze begeerten zouden wandelen.
Deze spotters zijn natuurlijke mensen, die de Geest niet hebben en scheuringen maken (Judas).
De valse leraars misbruiken de genade voor God om in losbandigheid te leven
De valse leraars zijn goddelozen, die de Geest van God niet hebben en de genade van God misbruiken om naar het vlees in losbandigheid te leven en de zondige werken van het vlees te kunnen blijven doen.
Zij hoeden de heiligen niet op de smalle weg in de gerechtigheid van God en leiden hen niet door de waarheid naar een heilig leven en het eeuwige leven, maar zij weiden de heiligen op de brede weg van de wereld in zonde en leiden hen door hun leugens naar afvalligheid en losbandigheid en de eeuwige dood.
Zij zijn geen hoeders van zielen en bekommeren zich niet om hun eindbestemming, maar zij beschouwen de zielen als koopwaar en inkomstenbron, die in hun vleselijke behoefte en begeerte voorzien.
Hoe zorg je ervoor dat niemand jou misleidt?
De enige manier om jouw geloof te bewaken en te voorkomen dat iemand jou misleidt is door jezelf te bewaren in de liefde Gods. Dit doe je door jezelf op te bouwen in jouw allerheiligst geloof en door te bidden in de Heilige Geest, verwachtende de ontferming van onze Heere Jezus Christus ten eeuwige leven.
Door de inwoning van de Heilige Geest en het kennen van het Woord zul je goed en kwaad onderscheiden en door het kijken naar de vrucht van iemands leven, zul je de ware leraars van valse leraars onderscheiden. (o.a. Mattheüs 7:15-21; 12:31-37; lukas 6:39-45; Johannes 15:2-8; Romeinen 6:; Efeziërs 5:1-14; Kolossenzen 3:1-4; Hebreeën 5:14; 1 Johannes 2:3-6, 15-29; 3:4-12; 4:1-6; 5:1-8; 2 Johannes 1:6-11).
Als jij jouw denken niet hervormd met de Bijbel en je niet dagelijks voedt met de woorden van God, maar afhankelijk bent van een preek van anderen, die je wekelijks in de kerk of af en toe via (sociale) media kanalen hoort, zul je misleid worden.
Maar wie Zijn Woord bewaart, in die is waarlijk de liefde Gods volmaakt. Hieraan onderkennen wij, dat wij in Hem zijn
1 Johannes 2:5
valse leraars in de kerk volgen hun eigen geest en spreken hun eigen woorden
Er staan vele valse leraars op de kansel, voor de camera en/of op het web, die vol zijn van zichzelf en vanuit hun eigen kennis, zienswijze, ervaring, een boodschap verkondigen, die afwijkt van de zuivere leer en de boodschap van het kruis en Gods Woord tegenspreekt.
Deze valse leraars volgen hun eigen geest en spreken hun eigen inhoudsloze woorden vanuit hun vleselijke hart, die geen sterke en heilige levens voortbrengen, die bestand zijn tegen de stormen in het leven en volharden in de verdrukking, maar zwakke en zondige levens, die bij elk zuchtje wind omvergeblazen worden en bezwijken in de verdrukking.
Zij verkondigen hun eigen bevindingen en getuigen van zichzelf, in plaats dat zij de woorden van God spreken en getuigen van Jezus Christus, waardoor de mensen hen aanbidden, verhogen en achterna lopen en hun voorbeeld navolgen.
Maar de Heilige Geest verkondigt niet Zichzelf, laat staan dat de Heilige Geest zou getuigen van een mens, die vol is van zichzelf en deze zou verhogen.
De Heilige Geest getuigt van Jezus Christus
De Heilige Geest getuigt van Jezus Christus en verkondigt Zijn Naam en doet wat Hij zegt en spreekt Zijn woorden, die Geest en leven zijn en oproepen tot een heilig leven, dat toegewijd is aan God, in plaats van een zondig leven, dat in het teken van de mens en de lusten en begeerten van zijn vlees staat.
Als jij dagelijks de Bijbel leest en bestudeert en jouw denken vernieuwt met de woorden van God, dan zul je onderscheid hebben van goed en kwaad. Door de waarheid van Gods Woord zul je de woorden en werken van God van de woorden en werken van de duivel onderscheiden
Als jij je vult met de woorden van God en je dus vult met de waarheid, dan zul je de leugens van mensen, die gesproken worden vanuit een ijdel vleselijk denken, herkennen. Je zult de leugens van de waarheid onderscheiden en dan is het aan jou, wat jij hiermee doet.
‘Wees het zout der aarde’






