Wat houdt de verandering van wet bij de verandering van priesterschap in?

In Hebreeën 7:12 staat geschreven, dat bij een verandering van priesterschap een verandering van wet noodzakelijk is. Maar wat houdt deze verandering van wet bij de verandering van priesterschap in? Is de wet, die God aan Mozes heeft gegeven, niet meer van toepassing? Heeft Jezus de wet ontbonden? Welke wet geldt er in het Koninkrijk der Hemelen, waar Jezus Christus Koning is en regeert? Welke wet geldt er in het Nieuwe Verbond en behoren Christenen te gehoorzamen?

Het Levitische priesterschap en de wet van Mozes in het Oude Verbond

In het Oude Verbond stelde God Mozes en Aäron uit de stam Levi aan, om Zijn volk te bevrijden van de slavernij en de heerschappij van Farao en te leiden naar het beloofde land. 

God openbaarde Zichzelf door de zichtbare tekenen en wonderen en nam Zijn volk bij de hand en verloste Zijn volk en leidde Zijn volk naar het beloofde land. 

De wet is heilig en het gebod is heilig, rechtvaardig en goed

Terwijl Gods volk onderweg was in de woestijn maakte God zijn natuur en wil bekend, door het geven van de wet aan Mozes. Door de wet werd de wil van God bekendgemaakt en daardoor de zonde geopenbaard. Deze wet behoorde tot het verbond tussen God en Zijn volk Israël. 

God stelde Aäron aan als hogepriester en zijn zonen als priesters, waardoor het Levitische priesterschap werd ingesteld.

In het Oude Verbond gold de wet van Mozes en leefde het volk onder het Levitische priesterschap en werden de offers gebracht en vloeide het bloed van dieren voor de (tijdelijke) verzoening van de zonden en ongerechtigheden van Gods vleselijke volk (Lees ook: ‘Wat is het geheimenis van de wet?’ en ’Wat is het verschil tussen de offers van dieren en het offer van Jezus Christus? 

Alhoewel God Zijn volk had uitgekozen, behoorde Zijn volk tot de generatie van de gevallen mens (de oude mens), waarvan de geest dood is. 

Gods volk was ziels en aangezien het volk alleen naar het vlees kon wandelen gaf God hen geboden, (offer en spijs) wetten, rituelen, inzettingen en feesten, die van toepassing waren op het vlees van de oude mens. 

Daarom was de wet van Mozes met al zijn geboden, wetten, rituelen, inzettingen, feesten etc. bedoeld voor de oude mens, die ongeestelijk en vleselijk is en dus wandelt naar het vlees, waarin de zonde en de dood regeert.

De wet van de zonde en de dood regeert in het vlees van de oude mens

Omdat de zondige natuur regeert in het vlees, heeft het vlees God niet lief, maar zichzelf lief. Het vlees is hoogmoedig, rebels, ontrouw, ongelovig, zelfzuchtig, jaloers, hebzuchtig, onvergevingsgezind en wil liegen, bedriegen, stelen, begeren, overspel plegen, echtbreken, haten, doden, etc. 

En daarom zei God in de wet van Mozes, “Gij zult niet.” (Lees ook: ‘Waarom zei God ‘Gij zult niet…’ en Jezus ‘Gij zult…’? ‘De onthullende waarheid over de wet van de zonde en de dood‘).

Een Nieuw Verbond en een verandering van priesterschap

Indien nu het Levitische priesterschap het volmaakte gebracht had, immers, daaronder heeft het volk de wet ontvangen – waarom was het dan nog nodig, dat een andere priester naar de ordening van Melchisedek opstond, van wie niet gezegd werd, dat hij naar de ordening van Aäron is? Want uit een verandering van priesterschap volgt noodzakelijk ook een verandering van wet (Hebreeën 7:11-12)

De wet van Mozes, dat onderdeel was van het Oude Verbond, was bedoeld voor Gods vleselijke volk. Maar Gods vleselijk volk kon de wet niet houden. Gods volk was hoogmoedig, rebels en verhief zich boven de wet van God en maakte zijn eigen wetten en liep de (af)goden van andere volken achterna en leefde zoals de heidense volken leefde, waardoor Gods volk geestelijk overspel pleegde en ontrouw was en het verbond met God verbrak (o.a. Jeremia 3:7-11; 11:10, Ezechiël 44:6-8, Hosea 8:1, Hebreeën 8:9).

Het volk hield niet van God en daarom luisterden zij niet naar Zijn stem en hielden niet Zijn geboden.

De stem van Jezus Christus

God wist dit allemaal van te voren. God wist dat het Oude Verbond geen stand zou houden, omdat het vlees zwak is.

Daarom profeteerde God al vanaf het begin van de schepping na de zondeval over de komst van het Zaad, dat de kop van de duivel zou vermorzelen. (Lees ook ‘Wat betekent de kop van de duivel vermorzeld, doordat de hiel van Jezus werd vermorzeld? en ‘De belofte van de Messias’)

En deze belofte van God werd vervuld, toen Jezus Christus, de Zoon van God en het levende Woord, naar de aarde kwam om wat verbroken was te genezen en de relatie tussen de mens en God en de positie van de mens te herstellen door Zijn verlossingswerk (Lees ook: ‘De ware betekenis van het kruis’, ’Welke vrede, bracht Jezus op aarde?, ‘Jezus herstelde de positie van de gevallen mens’)

Jezus behoorde niet tot de stam van Levi en werd niet geboren uit het zaad van Levi, maar Jezus behoorde tot de stam van Juda en werd geboren uit het Zaad van God (Lees ook: ‘Was Jezus volledig Mens?’).

Na de kruisiging en de opstanding uit de dood, verbleef Jezus 40 dagen op aarde en onderwees Zijn discipelen. Vervolgens werd Jezus opgenomen in een wolk en steeg op naar de hemel en nam plaats aan de rechterhand van de Vader op de troon van genade (genadestoel) in het Heilige der Heiligen en werd zowel Hogepriester als Koning naar de ordening van Melchizedek (Lees ook: ‘Wat betekent de ordening van Melchizedek?).

De verandering van priesterschap betekent een verandering van wet

Door Jezus Christus kwam er een Nieuw Verbond tot stand, dat bekrachtigd werd met Zijn eigen bloed. De verandering van verbond en de verandering van priesterschap betekende ook een verandering van wet.

Het Levitische priesterschap en de wet van Mozes waren onderdeel van het verbond tussen God en Zijn vleselijke volk Israel met als teken daarvan de besnijdenis in het vlees.

Een ieder, die tot het huis Israëls behoorde en besneden was in het vlees leefde onder het Levitische priesterschap en moest zich houden aan de wet van Mozes met al zijn geboden, inzettingen, (offer en spijs) wetten. rituelen en feesten.

Het Levitische priesterschap en de wet van Mozes waren bedoeld voor de oude mens, die vleselijk is en waarin de zondige natuur regeert en niet voor de nieuwe mens, die in Christus een nieuwe schepping was geworden en waarin Gods natuur regeert.

In het Oude Verbond had God Zijn wil bekendgemaakt door het geven van de wet aan Zijn vleselijke volk Israël en in het Nieuwe Verbond heeft God Zijn wil bekendgemaakt door het geven van Zijn Heilige Geest, waardoor Zijn wil en Zijn wet opgeschreven staan in het verstand en hart van de nieuwe mens (Lees ook: ’Wat gebeurde er 50 Dagen na Pascha?).

Door de wedergeboorte in Christus sterft de oude mens

Daar wij dan, broeders, volle vrijmoedigheid bezitten om in te gaan in het heiligdom door het bloed van Jezus, langs de nieuwe en levende weg, die Hij ons ingewijd heeft, door het voorhangsel, dat is, Zijn vlees, en wij een grote Priester over het huis Gods hebben, laten wij toetreden met een waarachtig hart, in volle verzekerdheid des geloofs, met een hart, dat door besprenging gezuiverd is van besef van kwaad, en met een lichaam, dat gewassen is met zuiver water. Laten wij de belijdenis van hetgeen wij hopen onwankelbaar vasthouden, want Hij, die beloofd heeft, is getrouw (Hebreeën 10:19-23)

Door het geloof in Jezus Christus, de bekering en de wedergeboorte in Christus, identificeert de mens zich met de dood en de opstanding van Jezus Christus, waardoor de oude mens (vlees) sterft en de nieuwe mens (geest) opstaat uit de dood.

De oude mens legt zijn leven symbolisch af door middel van de waterdoop. In de waterdoop sterft de oude mens en daarmee sterft ook de wet van de zonde en de dood, die heerschappij voert in het vlees van de oude mens. Want door de dood van het vlees is de mens ontbonden van de wet, die regeert in het vlees (Lees ook: ‘Wat is de betekenis van de waterdoop?’). 

Door het sterven van het vlees is de mens vrijgemaakt van de wet van de zonde en de dood en voert de zonde en de dood geen heerschappij meer over de mens, die een nieuwe schepping in Christus is geworden.

Maar alhoewel de wet van de zonde en de dood door het sterven van het vlees niet meer van toepassing is, blijft de wil van God en de natuur van God onveranderd.

Dit betekent, dat de morele geboden (wetten), die de natuur en de wil van God vertegenwoordigen, nog steeds gelden in Zijn Koninkrijk en in het Nieuwe Verbond. 

Door de wedergeboorte in Christus staat de nieuwe mens op uit de dood

Zie, de dagen komen, luidt het woord des Heeren, dat Ik met het huis van Israël en het huis van Juda een nieuw verbond sluiten zal. Niet zoals het verbond, dat Ik met hun vaderen gesloten heb ten dage dat Ik hen bij de hand nam, om hen uit het land Egypte te leiden: Mijn verbond, dat zij verbroken hebben, hoewel Ik Heer over hen ben, luidt het woord des Heeren. Maar dit is het verbond, dat Ik met het huis van Israël sluiten zal na deze dagen, luidt het woord des Heeren: Ik zal Mijn wet in hun binnenste leggen en die in hun hart schrijven, Ik zal hun tot een God zijn en zij zullen Mij tot een volk zijn. Dan zullen zij niet meer een ieder zijn naaste en een ieder zijn broeder leren: Kent de Heere: want zij allen zullen Mij kennen, van de kleinst tot de grootste onder hen, luidt het woord des Heeren, want Ik zal hun ongerechtigheid vergeven en hun zonde niet meer gedenken (Jeremia 31:31-34)

Want dit is het verbond, waarmede Ik Mij verbinden zal aan het huis Israëls na die dagen, spreekt de Heere: Ik zal Mijn wetten in hun verstand leggen, en Ik zal die in hun harten schrijven, en Ik zal hun tot een God zijn en zij zullen Mij tot een volk zijn. En niet langer zullen zij een ieder zijn medeburger, en een ieder zijn broeder leren, zeggende: Ken de Heere, want allen zullen zij Mij kennen, van de kleinste tot de grootste onder hen. Want Ik zal genadig zijn over hun ongerechtigheden, en hun zonden zal Ik niet meer gedenken. Als Hij spreekt van een Nieuw (Verbond), heeft Hij daarmede het eerste voor verouderd verklaard. En wat veroudert en verjaart, is niet ver van verdwijning (Hebreeën 8:10-13)

Voorts staat elke priester dagelijks in zijn dienst om telkens dezelfde offers te brengen, die nimmer de zonden kunnen wegnemen; deze echter is, na één offer voor de zonden te hebben gebracht, voor altijd gezeten aan de rechterhand van God, voorts afwachtende, totdat zijn vijanden gemaakt worden tot een voetbank voor Zijn voeten. Want door één offerande heeft Hij voor altijd hen volmaakt, die geheiligd worden. En ook de Heilige Geest geeft ons daarvan getuigenis, want nadat Hij gezegd had: Dit is het verbond, waarmede Ik Mij aan hen verbinden zal na die dagen, zegt de Heere: Ik zal Mijn wetten in hun harten leggen, en die ook in hun verstand schrijven, en hun zonden en ongerechtigheden zal Ik niet meer gedenken. Waar dan deze dingen vergeving bestaat, is er geen zondoffer meer (nodig) Hebreeën 10:11-18)

Door de opstanding van de geest uit de dood en de inwoning van de Heilige Geest heb jij Gods natuur ontvangen en staat Zijn wil opgeschreven in jouw verstand en jouw hart. Jij was dood, maar door de opstanding van de geest uit de dood, ben jij het leven in Christus ingegaan en regeert er een nieuwe wet in jou, namelijk de wet van de Geest in Christus Jezus oftewel de wet van het leven. 

De wet van de Geest in Christus zegt niet meer, ‘gij zult niet…’, omdat het vlees met al de zondige lusten en begeerten niet meer regeert in jou, want het vlees is dood en leeft niet meer.

Maar de wet van de Geest in Christus zegt, ‘gij zult…” omdat de geest, die dood was maar nu leeft, in jou regeert. 

De nieuwe mens bezit Gods natuur en heeft God lief met heel zijn hart, ziel, verstand en kracht en heeft zijn naaste lief als zichzelf. Hierdoor onderwerpt de nieuwe mens zich aan God en spreekt de waarheid en is gehoorzaam, trouw, gelovig, dankbaar, tevreden, geduldig, onzelfzuchtig, vergevingsgezind en wandelt in de liefde (de rechtvaardige liefde van God).

Door het wandelen naar de Geest in onderwerping aan Jezus Christus; het Woord in de wil van God, zal de nieuwe mens de wet vervullen, net als Jezus, die niet kwam om de wet te ontbinden maar om te vervullen (Mattheüs 5:17, Romeinen 3:31). 

De wet van God, die Zijn wil vertegenwoordigt en vanaf het begin heeft geregeerd in het Koninkrijk der Hemelen, zal altijd blijven regeren in het Koninkrijk der Hemelen. 

Daar heeft de zondeval, het verbond, de komst van de wet van Mozes en de komst van Jezus Christus en Zijn verlossingswerk niets aan veranderd. Het enige wat daardoor veranderd is, is de schepping van God en de staat en de positie van de mens (Lees ook: ‘Kun je de gebroken wereld als excuus gebruiken?). 

De wil van God en Zijn natuur zullen nooit veranderen en daarom zullen ook Zijn geboden, die dezelfde geboden zijn als Jezus, niet veranderen. Gods Woord staat voor eeuwig vast (o.a. Psalm 119:89, Jesaja 40:6 (Lees ook: ‘De geboden van God en de geboden van Jezus‘)).

De wet van de Geest des levens regeert in de nieuwe mens

De God nu des vredes, die onze Heere Jezus, de grote Herder der schapen door het bloed van eeuwig verbond heeft teruggebracht uit de doden, bevestige u in alle goed, om Zijn wil te doen, terwijl Hij aan ons doe, wat in Zijn ogen welbehagelijk is door Jezus Christus. Hem zij de heerlijkheid in alle eeuwigheid. Amen (Hebreeën 13:20-21)

Zo is er dan nu geen veroordeling voor hen, die in Christus Jezus zijn. Want de wet van de Geest des levens heeft u in Christus Jezus vrijgemaakt, van de wet der zonde en des doods. Want wat de wet niet vermocht, omdat zij zwak was door het vlees – God heeft, door Zijn eigen Zoon te zenden in een vlees, aan dat der zonde gelijk, en wel om de zonde, de zonde veroordeeld in het vlees, opdat de eis der wet vervuld zou worden in ons, die niet naar het vlees wandelen doch naar de Geest. Want zij, die naar het vlees zijn, hebben de gezindheid van het vlees, en zij, die naar de Geest zijn hebben de gezindheid van de Geest. Want de gezindheid van het vlees is de dood, maar de gezindheid van de Geest is leven en vrede (Romeinen 8:1-6)

De nieuwe mens is vrijgemaakt in Christus en leeft niet meer in gebondenheid aan de zonde en de dood, maar is opgestaan uit de dood en verlost van de macht van de duisternis en leeft in gebondenheid aan Jezus Christus; het Leven in het licht. 

Daarom zal de nieuwe mens niet meer de duivel en de dood gehoorzamen en de werken van het vlees doen en de vrucht van de dood, de zonde, dragen. Blijft iemand wel de vrucht van de dood, de zonde, dragen, dan betekent dit, dat de dood nog steeds regeert in het leven en de persoon nog steeds als de oude schepping leeft. Want de nieuwe mens zal zich onderwerpen aan Jezus Christus en Jezus Christus, het Woord en het Leven gehoorzamen en de wil van God doen en de vrucht van de Geest dragen. 

De nieuwe mens leeft niet meer als de oude mens naar het vlees in het Oude Verbond en leeft niet meer onder het Levitische priesterschap, waar de wet van Mozes regeert met al de offerwetten, spijswetten, rituelen, feesten etc. die bedoeld zijn voor de oude mens, maar de nieuwe mens leeft naar de Geest in het Nieuwe Verbond onder het Messiaanse priesterschap, waar de wet van de Geest des levens in Christus regeert en de nieuwe mens leeft als priester en regeert als koning en dus heilig wandelt in het gezag van Koning Jezus en de kracht van de Heilige Geest in de wil van God op aarde.  

‘Wees het zout der aarde’

You Might Also Like

    error: Content is protected !!