Hoeveel mensen geloven in God? En hoeveel van de mensen, die in God geloven, geloven in zonde? De zonde wordt vaak als begrip benoemd, terwijl veel Christenen onwetend zijn omtrent de betekenis van zonde. Door deze onwetendheid zijn zij lauw en onverschillig geworden aangaande de zonde en het gevolg van zonde in het leven van mensen. Hoe zit het met jou, geloof jij in zonde?
Geloof jij in zonde?
Natuurlijk geloof ik in zonde, zullen de meeste Christenen antwoorden. Maar is dat ook zo?
Als Christenen werkelijk zouden weten wat de zonde inhoudt en wat de zonde met de mens doet, dan zouden velen niet meer zo met de zonde omgaan zoals zij nu doen en niet meer leven zoals zij nu leven.
Als Christenen zouden geloven in zonde, dan zouden zij niet langer meer de zonde als normaal beschouwen en daardoor de zonde tolereren en blijven zondigen.
Dan zouden zij niet meer in hoogmoed en rebellie tegen God in ongehoorzaamheid aan Zijn Woord leven, maar dan zouden zij zich bekeren van hun hoogmoed en rebellie en de zonde wegdoen uit hun leven en uit hun midden. (o.a. Mattheüs 4:17; Markus 1:15; Lukas 13:2-9; 24;47; Johannes 5:14; 8:11-34; Handelingen 2:38; 3:19).
Wat betekent zonde?
De zonde betekent niets anders dan ongehoorzaamheid aan God en Zijn Woord en het overtreden van Zijn wetten (geboden), die vanaf het begin van de schepping vaststaan.
Aangezien God de Schepper van de hemel en de aarde is en de Koning van het heelal, gelden de wetten van Zijn Koninkrijk voor eeuwig.
De Christenen, die geloven in God en door de wedergeboorte in Christus Zijn Geest hebben ontvangen, zullen niet langer meer in hoogmoed, rebellie en ongehoorzaamheid aan God leven, aangezien de Heilige Geest, die in hen woont, niet rebelleert en Zich niet tegen de Vader en Zijn Woord keert.
De ware gelovigen zullen Gods woorden geloven en gehoorzamen en Zijn geboden doen.
Hierdoor zullen zij in het geloof leven naar de Geest in onderwerping aan Christus in gehoorzaamheid aan Gods wil overeenkomstig Zijn Wet en deze bevestigen op aarde (Romeinen 3:31).
De ongelovigen, die de wereld toebehoren, geloven niet in zonde en de hel
Maar de ongelovigen, die de wereld en de overste van de wereld (de duivel) en de dood toebehoren, geloven niet in God en dat Zijn woorden de waarheid zijn, waardoor zij ook niet geloven in zonde.
De zonde bestaat niet voor de wereld. Sterker nog, zij belachen de zonde (Spreuken 14:9).
Zij geloven dat de zonde en de hel leugens zijn. Volgens hen zijn de zonde en de hel bedenksels van mensen, die door deze bangmakerij anderen proberen te beïnvloeden en winnen voor het Christendom, en vervolgens gaan leven naar wat zij geloven en verkondigden.
Maar de ongelovigen geloven de woorden van hun vader, de duivel, die een leugenaar is en de vader is van de gevallen mens, die in duisternis onder heerschappij van de dood leeft.
De duivel heeft hen geïndoctrineerd met zijn leugens en hen doen geloven, dat er geen zonde is en dat de hel een fabel van mensen is, die niet bestaat.
Maar God is geen Leugenaar, de duivel is een leugenaar.
God heeft de zonde door Zijn Woord en Zijn Geest geopenbaard
God heeft de zonde door Zijn rechtvaardige Woord en Zijn Heilige Geest geopenbaard. God heeft de zonde en de ongerechtigheid van de mens bekendgemaakt in de Bijbel; door Zijn woorden en Zijn Wet, die Gods heiligheid betoont.
Vervolgens kwam Jezus Christus, de Zoon en het levende Woord van God, in de gelijkenis van de mens in een vlees, dat aan de zonde gelijk was, en wandelde in gerechtigheid.
Als vlekkeloos Lam, nam Jezus de zonde en ongerechtigheid van de mens op Zich en als bewijs daarvan kwam Jezus in de hel, waar Hij de dood versloeg en na drie dagen als Overwinnaar opstond uit de dood.
Jezus bewees, dat de zonde en de straf die op de zonde staat, de dood, en de hel werkelijkheid zijn, in plaats van bedenksels van mensen.
En nu getuigt de Heilige Geest in de nieuwe schepping nog steeds van de zonde en de gerechtigheid en het oordeel van God.
De wereld gelooft niet in zonde en heeft geen offer voor de zonde nodig
Maar de wereld gelooft hier niet in. De wereld verwerpt deze waarheid en gelooft niet in zonde en leeft daardoor in zonde. En als je niet in de zonde gelooft, is er ook geen offer nodig om verzoening te doen voor de zonde, waardoor velen het offer van Jezus Christus verwerpen en Zijn bloed verachten.
Het kruis is voor ongelovigen een dwaasheid in plaats van de plaats van bekering, de kruisiging van het vlees, de verlossing van de oude mens en het begin van een nieuw leven op de weg naar het eeuwige leven.
En aangezien de kerk de wereldgeest heeft binnengelaten en hierdoor wereldgelijkvormig is geworden, zijn Christenen ook onverschillig geworden omtrent de zonde en hebben de dingen, die God als kwaad beschouwt en als zonde benoemd in de Bijbel, als normaal en goed beschouwt, waardoor er een tijd zal komen, dat het offer van Jezus Christus en door het offer de wedergeboorte in Hem, zal verdwijnen uit de kerk.
Mensen, die blijven zondigen, geloven niet in zonde
God beschouwt mensen, die Hem niet liefhebben en daarom niet doen wat Hij zegt en Zijn geboden niet onderhouden, maar andere goden dienen en andere religies en filosofieën aanhangen, niet als goed, maar als kwaad. In tegenstelling tot de wereld, die het als goed beschouwt.
Datzelfde geldt voor kinderen en volwassenen, die hun ouders niet eren. God beschouwt dit gedrag als kwaad, maar de wereld beschouwt het als normaal en keurt dit gedrag goed.
Ook liegen (een vals getuigenis geven), bedriegen, stelen, afgoderij, toverij, hekserij, hoererij (samenwonen, seksuele gemeenschap buiten het huwelijk, homoseksualiteit, porno, etc.) overspel, scheiden, overdadige begeerte, haat, abortus, euthanasie, zelfmoord, overmatig drinken en eten, etc. worden niet als verkeerd en kwaad beschouwd, maar als normaal en goed.
Maar al deze werken zijn niet de werken van de Geest en behoren niet tot de vrucht van de Geest. Deze werken zijn de werken van het vlees en behoren tot de vrucht van de dood, die regeert in de levens van de gevallen mens (o.a. Romeinen 6:9-23; 7:5; Galaten 5:19-26).
Zonde is de vrucht van de dood
De wereld leeft in duisternis onder heerschappij van de dood en draagt de vrucht van de dood in het vlees, de zonde.
Degenen, die dus de vrucht van de dood, de zonde, dragen, laten door hun werken en leven zien, dat zij de duivel en de dood toebehoren en niet Jezus Christus en het leven.
Zij geloven -en leven niet in de waarheid van het Licht, dat zegt, dat zonde tot de dood leidt en dat een ieder, die uit God geboren is en God toebehoort niet zondigt (blijft volharden in zonde) maar wandelt in de gerechtigheid (o.a. Johannes 8:43-48; 1 Johannes 2:28; 3).
Maar zij geloven -en leven in de leugen van de duisternis, dat je door het verlossingswerk van Christus in het nieuwe verbond leeft en onder de genade kan blijven zondigen zonder gevolgen.
Maar kinderen van God zondigen niet, kinderen van de duivel zondigen.
Als Christenen in zonde zouden geloven, dan zouden zij de zonde als kwaad beschouwen en zich bekeren van zonde en de zonde wegdoen uit hun leven en wandelen op het smalle pad, in plaats van de zonde tolereren en blijven wandelen in zonde als overtreders van Gods Woord en Wet op het brede pad.
Want toen u slaaf van de zonde was, was u vrij ten aanzien van de gerechtigheid. Wat voor vrucht dan had u toen van de dingen waarover u zich nu schaamt? Immers, het einde daarvan is de dood. Maar nu, van de zonde vrijgemaakt en aan God dienstbaar gemaakt, hebt u uw vrucht, die tot heiliging leidt, met als einde eeuwig leven. Want het loon van de zonde is de dood, maar de genadegave van God is eeuwig leven, door Jezus Christus, onze Heere (Romeinen 6:20-23 hsv)
De openbaring van gerechtigheid en zonde (goed en kwaad)
Voor de komst van de Heilige Geest in de nieuwe mens, hield God Zijn volk, dat uit het zaad van Israël was geboren, in bewaring door gehoorzaamheid aan de Wet van Mozes, die de gerechtigheid van God en de zonde openbaarde.
Maar vóór de komst van de Wet van Mozes had de mens al een keuze om God te gehoorzamen en dienen door goed te doen of om God niet te gehoorzamen en dienen door wat kwaad is te doen.
Want na de val van de mens; nadat de mens had gezondigd door het eten van de verboden vrucht van de boom van kennis van goed en kwaad, ontving de mens kennis van goed en kwaad in zijn gevallen natuur. Door het geweten, dat getuigt van goed en kwaad, is de zonde bekend voor elk mens.
Daarom zal op de Dag van het Oordeel niemand een rechtsgeldig excuus kunnen aandragen, dat hen vrijpleit van hun ongehoorzaamheid aan God en hun bewuste keuze om te blijven zondigen.
Want naast het feit, dat de schepping getuigt van God, weet iedereen diep van binnen dat liegen, stelen, hoererij, afgoderij, toverij, overspel plegen, echtscheiden, bedriegen, haten, doden etc. niet goed is, omdat het geweten getuigt, dat deze werken boos zijn voor God, die de Schepper van het geweten van de mens is.
Het probleem is echter, dat velen in hun geweten gebrandmerkt zijn.
Maar de Geest zegt nadrukkelijk, dat in latere tijden sommigen zullen afvallen van het geloof, doordat zij dwaalgeesten en leringen van boze geesten volgen, door de huichelarij van leugensprekers, die in hun eigen geweten gebrandmerkt zijn
1 Timotheüs 4:1-2
‘Wees het zout der aarde’





