Eindig niet in het graf van begeerte, zoals velen van Gods volk eindigden door het navolgen van hun intense begeerte en God verzochten. Maar hoe kwam het, dat de kinderen van Israël ontevreden waren met het brood, dat God hen uit de hemel gaf, en een intense begeerte hadden naar het vlees, dat zij in hun oude leven in Egypte hadden. Wat kunnen Christenen hiervan leren?
De intense begeerte naar vlees in plaats van tevreden zijn met manna
Toen zeide de Heere tot Mozes: Zie, Ik zal voor u brood uit de hemel laten regenen; dan zal het volk uitgaan en verzamelen zoveel als voor elke dag nodig is, opdat Ik het op de proef stelle, of het al dan niet wandelt naar Mijn wet (Exodus 16:4)
De kinderen van Israel waren niet altijd tevreden met hun God en Zijn voorzieningen in de woestijn.
Het kwam veelvuldig voor, dat zij klaagden en jammerden tegen Mozes en Aäron, wanneer de dingen anders verliepen dan hun verwachting en aan hun wil, lust en begeerte van het vlees niet werden voldaan.
Dit gebeurde ook toen de kinderen van Israël het manna (het brood uit de hemel) dat God hen elke ochtend gaf, zat waren.
Misschien waren de kinderen van Israël wel tevreden met het manna dat hun God gaf, maar het gemengde volk (de vreemdelingen, het samenraapsel), dat in hun midden was, niet.
De vreemdelingen Beïnvloedden de kinderen van Israël, zodat zij ook met lust werden bevangen
De vreemdelingen werden vervuld met intense lust en beïnvloedden de kinderen van Israël, die ook met lust naar vlees werden bevangen en weer begonnen te jammeren en God verzochten door te vragen, Wie hen vlees te eten zou geven.
Zij verlangden terug naar de tijd in Egypte en dachten terug aan de vis, die zij volop aten in Egypte, en de komkommers, meloenen, prei, uien en knoflook.
Nu droogde hun ziel uit en was er niets anders dan dit manna voor hun ogen. Zij hadden genoeg van al dat manna en wilde vlees eten net als in Egypte.
Maar zij bleven verder tegen Hem zondigen, zij waren in de wildernis weerspannig tegen de Allerhoogste; zij verzochten God in hun hart door spijzen te vragen naar hun lust; zij spraken tegen God, zij zeiden: Kan God een dis aanrichten in de woestijn?
Psalm 78:17-19
God gaf waar hun hart naar verlangde en voorzag in de lust van hun vlees
Om een lang verhaal kort te maken: God bewilligde hun verzoek en gaf waar hun hart naar verlangde. God voerde een menigte kwartels door de wind aan van de zee en strooide ze uit over de legerplaats.
Die hele dag, de hele nacht, en de daaropvolgende dag verzamelden de kinderen van Israël de kwartels en spreidden ze wijd voor zich uit rondom het kamp.
Terwijl het vlees nog tussen hun tanden was, voordat het gekauwd was, ontbrandde de toorn van de Heere tegen het volk.
En God sloeg het volk met een grote plaag.
De plaag roofde de levens van al diegenen, die niet tevreden waren met hun God en Zijn voorzieningen, inclusief het brood uit de hemel, maar lustten naar de voorzieningen en het vlees uit hun oude leven in Egypte.
En zo waren zij gevallen voor de intense lust van hun vlees en leidde de bevruchting van hun lust tot de zonde en de dood.
De plaats waar zij stierven werd Kibrot-Hattaäwa (Kibroth-Taäva) genoemd, wat graven van intense begeerte betekent, omdat daar de gulzige mensen waren begraven (o.a. Numeri 11, Exodus 16:3; Psalm 78;18; 106:14-15).
Zijn Gods kinderen nog tevreden met hun God?
Maar net als de kinderen van Israël niet altijd tevreden waren met hun God en Zijn voorzieningen en het brood uit de hemel zat waren, en daardoor klaagden en weenden, zo zijn de kinderen van God in het Nieuwe Verbond ook niet altijd tevreden met hun God en Zijn voorzieningen en het Brood uit de hemel.
Vroeger hadden de gelovigen een vreze en liefde voor God en een heilig respect voor Zijn Woord. Christenen waren tevreden en vulden zich met de woorden van God en leefden in gehoorzaamheid aan de Geest binnen de kaders van de Bijbel.
Het Woord was leidend en wat beschreven stond in de Bijbel als zonde was zonde. Punt, Geen mitsen en maren.
Je nam de woorden van God aan en beschouwde de woorden van God als de waarheid en dat probeerde je niet te weerleggen. Maar dat is tegenwoordig wel anders.
De vreze en liefde voor God is soms ver te zoeken, waardoor Christenen de woorden en geboden van Jezus niet gehoorzamen en opvolgen, maar buiten de kaders van de Bijbel leven en doen wat zij zelf willen.
Vertrouwen Christenen op hun God en Zijn Woord?
Er wordt niet meer op God en Zijn Woord vertrouwd, maar op het inzicht en de bevindingen van (geleerde) mensen, die uit zijn op eigen gewin en daarom zeggen wat de mensen willen horen.
Is dit niet mede gekomen door de vreemdelingen, die binnen zijn geslopen en Gods kinderen hebben beïnvloed en misleid met hun vleselijk denken en wereldse filosofieën en hun wandel naar het vlees?
De invloed van vreemdelingen onder Gods kinderen
Net zoals de kinderen van Israël werden beïnvloed door de vreemdelingen, die in hun midden waren, zo zijn Gods kinderen ook beïnvloed door de vreemdelingen, die in hun midden zijn.
Want niet iedereen die zegt een Christen te zijn en trouw een kerk bezoekt of een functie in het leiderschap bekleedt, is uit God geboren en behoort God toe.
Het werkelijke geloof in Jezus Christus is niet bij iedereen aanwezig. Daarom vinden de ware bekering en het bad der wedergeboorte en de vernieuwing door de Heilige Geest, die uit het geloof in Jezus Christus voortkomen, niet bij iedereen plaats.

Niet iedereen, die zich Christen noemt en een gemeente bezoekt of op de kansel staat heeft zich afgescheiden van de wereld en zijn oude leven afgelegd en volgt Jezus (het Woord).
Velen houden nog teveel van hun oude leven in de wereld en de dingen, die de wereld te bieden heeft.
Zij willen hun eigen leven niet afleggen en de werken van het vlees kruisigen, maar zij willen hetzelfde leven leiden- en dezelfde dingen en werken doen, als de ongelovigen, die de wereld en de overste van de wereld (de duivel) toebehoren.
Hierdoor leeft er een onder de gelovigen (de gemeente) een hoogmoedig gezelschap rebellen, die God niet werkelijk kennen en Zijn woorden niet verstaan, maar vreemdelingen voor de Vader en Jezus Christus, Zijn Zoon, zijn.
Vreemdelingen, die lusten naar de boze dingen van hun oude leven in de wereld en daardoor leven in zonde.
De vreemdelingen, die het ongeloof en goddeloosheid hebben aangewakkerd
Deze groep vreemdelingen, die het leiderschap door de jaren heen heeft toegelaten in de gemeente (en soms zelfs in het leiderschap zitten), zijn medeverantwoordelijk voor het binnensmokkelen en promoten van de wereldse (wetenschappelijke) woorden, kennis en wijsheid, heidense religies en occulte praktijken, wereldse creativiteit, wereldse muziek, etc., die hebben geleid tot ongeloof in Gods Woord en afvalligheid van God en onvrede onder gelovigen omtrent Gods Woord en Zijn voorzieningen.
Gods Woord is niet meer voldoende. De woorden van God, die beschreven staan in de Bijbel en die Geest en leven zijn, en oproepen tot gehoorzaamheid aan de wet van de Geest des levens en een heilig leven dat toegewijd is aan God, zijn niet de woorden waar de gelovigen naar verlangen.
Zij zijn de woorden van God een beetje zat.
Zij luisteren liever naar motiverende sprekers, die nieuwe leringen verkondigen en vanuit hun ervaringen en bevindingen de woorden spreken, die zij willen horen en leiden tot het leven wat zij willen leven.
Een leven dat in hun ogen het ware leven in vrijheid is, maar in Gods ogen een losbandig en wetteloos leven in duisternis is.
De woorden die tot lust naar het kwade leiden en de graven van begeerte vullen
En zo vullen zij zich niet met de woorden van God, maar met de woorden van mensen en kunnen er geen genoeg van krijgen. Zij verslinden de ene nieuwe lering na de ander.
En terwijl zij de boeiende woorden en nieuwe leringen van mensen gretig verslinden en wandelen naar de lust en begeerte van het vlees, kijkt Jezus Christus toe naar een gemeente, die haar eigen weg gaat, geen tijd voor Hem vrijmaakt (omdat zij geen tijd met Hem wil spenderen), niet naar Hem luistert en Zijn woorden niet wil ontvangen, geen standpunt voor Hem inneemt maar zich voor Hem schaamt en Hem verloochent door haar woorden en werken, en de wetteloosheid heel normaal vindt. Ja, zelfs een recht van de mens.
En zo worden de graven van begeerte (gulzigheid) gevuld met mensen, die ontevreden zijn met hun God en Zijn voorzieningen en het Brood uit de hemel en intens begeren naar wat de wereld te bieden heeft.
‘Wees het zout der aarde’




